DE BLOEMENKRANS SOETRA

Avatàmsaka Soetra


Boek vijftien


De Tien Verblijfplaatsen





Zo begint Boek vijftien:

"Toen, kracht verkregen door Boeddha [die - zie boek 14 - gezeten was op zijn Plaats van Verlichting onder de boom in de staat Mágadha], ging de Bodhisattva genaamd Waarheid en Wijsheid de concentratie binnen van oneindige verlichtende technieken. Als gevolg van zijn concentratie verschenen Boeddhas voor hem, zoveel als er atomen zijn in duizend boeddhalanden, uit ieder van de tien windrichtingen, voorbij zoveel werelden als er atomen zijn in duizend boeddhalanden - en al die Boeddhas hadden dezelfde naam: Waarheid en Wijsheid."

Met de introducerende woorden van boek 15 is de eenheid tussen, of eenderheid (1) van Boeddha en Grote Bodhisattva gevestigd en bevestigd.
Het vroege Boeddhisme, dat nu vertegenwoordigd wordt door de Theravāda, zegt dat de Arhat dezelfde Verlichting behaalt als Boeddha, maar daarmee nog geen Boeddha is.
Het latere Mahāyana trekt de conclusies onderandere uit de hier gegeven passage, en zegt dat Boeddha en Grote Bodhisattva - bijvoorbeeld Manjushri(2) en Avalokiteshvara(3) - een zijn.
De Tantrayana zal nog een stap verder gaan en zeggen dat onderandere Manjushri en Avalokiteshvara Boeddha zijn -- terwijl de Soto-zen-traditie de meditator leert dat neerzitten in meditatie, neerzitten in de staat van Verlichting is.

In ditzelfde boek 15 zullen we verder zien dat Boeddha weliswaar fysiek niet in de wereld is, maar dat de Grote Bodhisattva, die de oer-gelofte van Vairocana Boeddha(4) voor ogen houdt, zich in de eerste stadia van dit trainingspad voorneemt "in de wereld" te blijven, en zich vanaf het vierde stadium in Het Rijk van Werkelijkheid weet. Het Rijk van Werkelijkheid wordt beschreven in boek 21.

Noten:
(1)Eenderheid, samatá, zie bijlage twee
(2) Zie de pagina over Manjushri
(3) Zie de pagina over Avalokiteshvara
(4) Zie boek 14


Boek 15 - De Tien Verblijfplaatsen


Omdat er in de Avatámsaka Soetra twee naar thematiek ongeveer identieke boeken zijn, wordt er wel aangenomen dat het hier voorliggende boek 15, De Tien Verblijfplaatsen, tot de oorspronkelijke collectie manuscripten behoort, en dat boek 26, De Tien Stadia, later is toegevoegd.
Maar in eerdere boeken wordt al verwezen naar boek 26 (*). En dus moeten we concluderen dat beide trainingspaden, die van boek 15 en die van boek 26, toch tot de Avatámsaka-collectie behoren.
Het is goed mogelijk dat samenstellers van het ene of het andere boek het eerder verschenen pad niet helemaal correct of volledig vonden, en daar een alternatief tegenover stelden. We moeten daarbij bedenken dat het binnen het Boeddhisme "not done" is manuscripten weg te toveren of te herschrijven. Wanneer Geïnspireerde iets niet beviel, zwegen ze over de problematische passages of teksten, en zetten daar desnoods een andere versie naast, zonder naar de gewraakte te verwijzen.

De tien stadia van boek 15 hebben de volgende titels:

  1. De verblijfplaats van de aanvankelijke vastberaden wil,

  2. Het voorbereiden van het veld waarop we gaan oefenen,

  3. De handelingen in de praktijk,

  4. Nobele geboorte,

  5. De vervolmaking van vlotte en vaardige middelen,

  6. De juiste geesteshouding,

  7. Niet terugglijden,

  8. Jeugdig van aard,

  9. Dharma-prins,
  10. Bekroning.

(*)Zie Boek 1, Boek 3, Boek 7.

De Tien Stadia - thematische vergelijking


Op het eerste gezicht lijkt het alsof in boek 15 de te ontwikkelen kwaliteiten worden opgesomd in de tien titels, en dat in boek 26 de geestesgesteldheden worden genoemd die behaald zijn nadat verschillende praktijken met succes zijn toegepast.
Zoveel verschil is er nu ook weer niet tussen De Tien Verblijfplaatsen (15) en De Tien Stadia (26)

De tien stadia van dit boek heten respectievelijk:

  1. Grote Vreugde,

  2. Zuiverheid,

  3. Grote Glans,

  4. Stralend,

  5. Bijna onoverwinnelijk,

  6. Aanwezigheid,

  7. Ver-gaand,

  8. Onbeweeglijk,
  9. Goede Geest,

  10. Dharma-wolk (Dharmamegha)1.




1.: Er is op gewezen dat het begrip megha (spreek: meega; g als in 'good') in de eerste eeuw voor de westerse jaartelling in India is gebruikt in rotsinscripties, en wel in het toenmalige Kálinga, vandaag de deelstaat Odisha. Daar zien we mahā-megha gebruikt worden door een vorstenhuis dat zich Mahāmeghavāhana noemt. Letterlijk betekent mahā-megha grote wolk, maar hier in Kalinga zou het gebruikt zijn als (door de lucht) vliegende wagen.
Er zijn een paar Játaka (Geboorteverhalen, legendarische verhalen over Boeddha's eerdere levens), waarin gesproken wordt over hemelingen, ásura, die in hun strijdwagen langs de wolken donderden, hoewel hier de wagen niet werd aangeduid met megha. Met andere woorden, het begrip dharmamegha moet een parafrase zijn geweest op een algemeen bekend beeld, resp. op een algemeen bekend begrip.


Een derde serie van tien praktijken vinden we dan nog in boek 21. Ook dit is een serie die in geen enkel opzicht lijkt op de twee hier genoemde.



Het woord Bloemenkrans staat voor Perfecties die we kunnen behalen en dan als het ware aanbieden aan Boeddha die ons geleerd heeft wat die Perfecties zijn en hoe ze vergaard moeten worden.

Naar boek 15, bijlage een

Terug naar de startpagina

Een engelse vertaling werd uitgegeven door Shambala


Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.eu
www.buddha-dharma.eu is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme