DE BLOEMENKRANS SOETRA

Avatàmsaka Soetra


Boek Zeventien


De Verdiensten van het Aanvankelijke Voornemen (dat leiden zal) naar Verlichting





In de bespreking van boek 12 werd het tot dan toe opgesomde pad van trainingen enigszins samengevat:

Er stond: "in de eerste drie boeken hebben we geleerd de zintuigen een beetje ruimer in te zetten dan we tot nu toe gewoon waren. Tegelijkertijd hebben we geleerd dat al het zintuiglijk waargenomene, en overigens alle fenomenen in de wereld, leeg van essentie zijn, illusoir. Vervolgens werd adhisthāna, het vaste voornemen, tevoorschijn geroepen. Daarna werd ons voorgehouden dat we geduld, geduldige verdraagzaamheid, ksanti, moeten ontwikkelen. In boek elf leerden we de geest naar welwillendheid, dus naar plooibaarheid en ontvankelijkheid te richten,en in dit voorliggende twaalfde boek gaan we aan de slag met (zelf-)vertrouwen, geloof in de goede zaak: śraddha."

De themas die in boeken 13 tot en met 16 aan de orde kwamen zijn, ledigheid of śunyatā (boek 14), de identiteit van Boeddha en Grote Bodhisattva, onverstoorbaarheid en tien stadia van oefenen (boek 15), en wat de religieuze praktijk inhoudt, respectievelijk aandachtig bewust zijn, satí (boek 16).

Van boek 14 tot en met boek 18 bevindt de meditator zich in het gevisualiseerde paleis op de top van berg Meru waar Indra de scepter zwaait, en waar Waarheid en Wijsheid de Dharma uiteenzet. Er is geen bewijs voor te vinden dat 'Waarheid en Wijsheid' een andere naam is voor Bodhisattva Manjushri, maar gedachten zijn vrij.
Aan het eind van boek 18 zullen we kunnen zien wat de belangrijkste vormen van de Dharma-praktijk zijn die in dit helemaal niet zo ver voorbij de mensenwereld gesitueerde legendarische land worden beoefend.

Het uitgebreide boek zeventien geeft een opsomming van de training zoals die wordt voogesteld in de Pali-traditie, en gaat daar aan voorbij, of borduurt er op voort.

De titel

De titel van dit zeventiende boek is: "De Verdiensten van het Aanvankelijke Voornemen (dat leiden zal) naar Verlichting"

Het woord "verdienste" is binnen het Boeddhisme heel belangrijk. In het Pali-Boeddhisme heet het puñña, en in het Sanskriet punya.

Meester Yin-Shun, in zijn "The Way to Buddhahood" spreekt over het behalen van morele verdienste binnen de context van een voortschrijdende praktijk. Hij zegt dat de gelofte afleggen om ooit in de tijd herboren te worden waarin een Boeddha weer over de aarde gaat, om zo rechtstreeks de Dharma te kunnen vernemen, en bij te dragen aan het verspreiden ervan, grote verdienste is.
Dan zegt hij dat er verdienste is in gulheid of generositeit. Dat, zo citeert hij Boeddha, voorkomt toekomstige armoede en een moeilijk leven.
Er zijn dus verschillende niveaus binnen het concept verdienste behalen. Je houden aan de levensregels die gelden binnen die bepaalde Boeddhistische stroming waartoe je behoort, is eveneens verdienstelijk, helpt mee voort te gaan op het Pad.(1)
Hij gaat verder met te zeggen dat de overdracht van door jezelf behaalde verdienste aan anderen meehelpt bij het geleidelijkaan ophopen van meer wijsheid, meer mededogen, en meer vaardige middelen om anderen bij te staan.

Een van de bekendste passages in de Pali-geschriften citeert Boeddha waar hij zegt dat het overdragen, het onderwijzen van de Boeddha-Dharma nog wel de grootste verdienste is. Die uitspraak wordt aan het eind van vele Soetras, uit beide hoofdstromingen, vaak herhaald, zoals bijvoorbeeld tegen het eind van de Lotus Soetra:
"Mag iemand nog zo'n aardige inborst hebben, veel grotere verdienste zal hij behalen wanneer hij deze Soetra in gedachten houdt of ze overschrijft" [voor latere generaties.]


Op een van de plaatsen in de Lankāvatāra Soetra vinden we:
"Mahamati, als in het geval van Bodhisattva-mahasattva Schoot van Diamant (Vajragarbha), en ook in dat van andere bodhisattva-mahasattvas die een gelijkaardig karakter en waardigheid bezitten, zo zullen alle Bodhisattva-mahasattvas die in het eerste stadium verkeren de Tathagata-kracht ontvangen die hen doorheen samādhi en samāpatti [2 meditatievormen] zal ondersteunen. Dankzij de morele verdiensten die zij gedurende honderd-duizend eonen hebben geaccumuleerd zullen ze, geleidelijk-aan de stadia doorlopend, en grondig bekend rakend met wat wel en niet gedaan moet worden uiteindelijk dat Bodhisattvastadium (*) bereiken dat Dharmamegha (Dharmawolk, het tiende en laatste) wordt genoemd."
Verpakt in een mooie parabel over regen en planten vinden we dit concept ook in het vijfde hoofdstuk van de Lotus soetra.


Noten
(1) In boek 38 wordt een serie gedragsregels voor de Bodhisattva opgesomd. Ze staan niet voor niets aan het eind van het Avatámsaka-pad, omdat deze gedragsregels een Dharma-kennis en inzicht vragen die in de eerste stadia nog niet verwacht mogen worden.De gedragsregels zijn daar:
1/ Niet kwaad spreken over enige Dharma-lering.
2/ Onvernietigbaar vertrouwen in de Boeddhas.
3/ Alle Bodhisattvas eren en respecteren.
4/ Nooit de vriendschap met de wijzen verbreken.
5/ Geen gedachten hebben over praktikanten op de paden van de Srávakayāna en de Pratyekabuddhayāna.
6/ Niet terugglijden van het pad van de Bodhisattvas.
7/ Geen kwade wil hebben naar andere levende wezens.
8/ Alle wortels van het goede perfectioneren.
9/ Alle [interne] demonen overwinnen.
10/ Alle bovenredelijke paden vervolmaken

(*) Hier wordt verwezen naar boek 26.




De Diamant soetra, de vierde tekst, noot 7, spreekt dan nog over het "verdienstelichaam", het punyaskandha, en Shantideva, in zijn Shiksā-samuccaya, citeert een Soetra(*) waarin staat dat het schenken aan Boeddhas veel verdienste oplevert, maar dat het trainen in de door de Boeddhas gegeven Dharma nog veel grotere vooruitgang op het pad oplevert.
De Pali-canon, met name de Dhammapāda, heeft de veel geciteerde zinsnede, Sabbadanam dhammadanam jinati: "Het schenken van de Dhamma (Dharma) is vele malen verhevener dan alle andere schenkingen."
Noot
(*) Praśānta-viniśaya-pratihārya Sutra.


De tekst van boek zeventien begint dan wel met het benoemen van verdienste, maar ze eindigt opnieuw met de aansporing tot vastberadenheid ofwel de vaste wil voort te gaan op de weg van de Boeddhas -- adhisthāna of pranidhāna. De keuze voor de laatste Sanskriet-term is gekozen enkel en alleen omdat deze voorkomt in het oorspronkelijke manuscript van de Tien Stadia. De oorspronkelijke manuscripten van de overige boeken zijn grotendeels verloren gegaan; we moeten ons daarom voor de 'vaktermen' houden bij gissingen, niet bij zekerheden.

Tot zover de inleiding.



Het woord Bloemenkrans staat voor Perfecties die we kunnen behalen en dan als het ware aanbieden aan Boeddha die ons geleerd heeft wat die Perfecties zijn en hoe ze vergaard moeten worden.

Naar de bespreking van de tekst

Een engelse vertaling werd uitgegeven door Shambala


Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.eu
www.buddha-dharma.eu is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme