DE BLOEMENKRANS SOETRA

Avatàmsaka Soetra


Boek Tweeëntwintig


De Tien Onuitputtelijke Kostbaarheden




Met boek Tweeëntwintig zijn we aan het einde van de reis naar Suyāma.
In boek 19 wordt dan wel aangekondigd "dat Suyāma zo hoog verheven is boven Sumeru dat de zon en de maan er hun stralen niet over kunnen laten schijnen", en dat het dus uit zichzelf verlicht moet zijn - zoals ook wij ons licht nergens anders kunnen halen dan vanuit ons eigen wezen - maar dat wil niet zeggen dat de leerstellingen die in Suyāma verkondigd worden nu esoterisch, lokóttara, zijn.
Wat hier gepredikt wordt zijn de teksten die vanuit de vroegste tijd van het Boeddhisme bewaard en geëerd zijn geworden. Ze worden in overeenstemming met de oorspronkelijke betekenis aangeboden, maar de Avatámsaka zou de Avatámsaka niet zijn als er geen verdergaande conclusies aan zouden zijn verbonden, of als de te ontwikkelen kwaliteiten niet binnen een ruimte zouden zijn geplaatst die niet net zo wijds is als de cosmos.




Iedere alinea binnen dit boek, dat een serie afsluit, is het waard vertaald en van commentaar voorzien te worden, maar daar zijn nu eenmaal beperkingen waar we ons aan te houden hebben.
Daarom hier een overzicht van de "Tien Onuitputtelijke Kostbaarheden" die Bodhisattva Woud van Waardigheid zijn gehoor voorhoudt, waarvan er enkele iets nader verklaard worden.
Die waardigheden zijn die van, 1/ gelovig vertrouwen (Skr. sraddhā, P. saddhā)
2/ ethiek (P. sīla)
3/ schaamte (Skr. hrī, P. hīri)
4/ morele zelfreflectie (P. otáppa)
Deze vier komen in precies deze volgorde voor in de Abhidharma-rijtjes(1) (de verhandelingen over het mentale en materiële), en wel onder de titel sóbhana-sādhāranā, fraaie geestesgesteldheden.

Waar de Abhidharma dan verder gaat met nog een aantal mooie geestesgesteldheden op te noemen (in de Pali-versie zijn dat er 19, in de Ágamas zijn het er meer), houdt de overeenkomst met de Avatámsaka-lijst hier op en gaat ons boek 22 verder met een serie kwaliteiten die een direct handelen in de wereld involveren. Dat verschil is er niet zomaar, maar geeft een onverwachte inkijk in de mentaliteitsverandering die er moet zijn opgetreden op het moment dat de leer rond de Bodhisattvas vol onder stoom kwam te liggen.
Wat die verandering van instelling aangewakkerd heeft, daar wordt druk over gespeculeerd, maar in feite is er niet een enkele bron die daarover uitsluitsel geeft.

De Avatámsaka-lijst gaat dan verder met, 5/ leren (srautya ?), 6/ geven (dāna), 7/ wijsheid (prajñya/pañña of añya/añña), 8/ herinneren, 9/ bewaren, en 10/ uiteenzetten (vācánaka ?)

Noot
(1) Zie voor Abhidharma boek 1 en http://home.uni-one.nl/olive.press/abhi.htm. In deze engelstalige site wordt verondersteld - maar niet bewezen - dat de Abhidharma-literatuur tot stand kwam vanaf ca de derde eeuw westerse jaartelling. Er zijn echter ook verhalen, en zelfs binnen de Pali-canon, waaruit blijkt dat al tijdens Sakyamuni Boeddha's leven de monnik Sariputra een "Abhidharma-meester" was nog voordat die term werd uitgevonden. In ieder geval systematiseerde hij Boeddha's leer al enigszins, om ze zo gemakkelijker te kunnen overdragen aan een nieuwe generatie monniken. Latere generaties hebben eveneens de Soetras verzameld en de daarin gegeven methoden gesystematiseerd in "Abhidharma-achtige" collecties. Dit tweeëntwintigste boek is daar een voorbeeld van. Deze verzameling leerstukken geeft een interessant inzicht in de manier waarop in die tijd, op die plaats, binnen die stroming gekeken werd naar de erfenis.


gelovig vertrouwen


"... de Bodhisattvas gaan Boeddha's kennis en wijsheid binnen en ontwikkelen grenzeloos, onuitputtelijk vertrouwen."

Dat moet je maar kunnen, zeggen we dan. Is West-Europa niet opgevoed in grenzeloos, onuitputtelijk wantrouwen? Hebben Descartes en anderen ons niet voorgehouden dat we alles met grote scepsis moeten onderzoeken omdat anders de wetenschap niet vooruitkomt?
Maar we hebben het hier niet over wetenschap; we hebben het hier over het schoonmaken van de eigen geest opdat we Boeddhaschap kunnen binnengaan.

"... die wijsheid van de Boeddhas neemt toe noch af, is ongeboren en niet te vernietigen, gaat voor- noch achteruit,is noch ver noch dichtbij, is noch bezorgd noch onverschillig."

Deze passage geeft exact weer wat gelovig vertrouwen inhoudt: we moeten het maar aannemen, want met ons gewone mensenverstand kunnen we Boeddhaschap niet omvatten. We kunnen er alleen - zodra de tijd daar is - in doordringen en er een mee zijn -- het zijn --, en dan anderen met waarschijnlijk haperende woorden proberen uit te leggen dat het de moeite waard is geweest.

Naar de tweede kolom


ethiek


Het zal niet verwonderen wanneer hier gezegd wordt dat ook ethiek in 10 soorten wordt onderscheiden. We bespreken er maar twee van.

De Bodhisattva houdt zich aan "... de ethiek van het niet accepteren van verkeerde levensregels".
Meer bepaald wordt er gezegd dat Bodhisattvas de levensregels niet aanvaarden of aanhouden van 'sectariërs' - zo wordt het hier gegeven. Andere geschriften spreken over 'outside religions', dus over alle religies en filosofieën die niet gebaseerd zijn op het Edele Achtvoudige Pad van de Boeddhas.
Dat lijkt intolerant, maar is een hulpmiddel om mentale kwalen te voorkomen. We kunnen niet tegelijkertijd aanvaarden dat ofwel een Hindu-god, ofwel de Christelijke de wereld geschapen heeft, én dat er Voorwaardelijk, Afhankelijk Ontstaan is.
We kunnen niet tegelijkertijd aanvaarden dat bijvoorbeeld vuur goddelijke kracht heeft, én dat vuur ook maar een materieel gegeven is als alle andere, en dus geen voorwerp van eer kan zijn.
En zo zijn er nog wat voorbeelden.
Nadat een zekere monnik zes keer in en uit de pij was gestapt, zes keer op en neer was gedwaald tussen vedische en boeddhistische praktijken, vond Sakyamuni Boeddha het welletjes, en stelde de persoon voor de keus: blijven of gaan, maar dan voorgoed. Dat is een voorbeeld geworden voor latere generaties.




"Wat is de ethiek van niet [de 'wet' van de Boeddha-Dharma] overschrijden? De Bodhisattvas overschrijden nooit meer de volgende regels, die van doden, stelen, sexueel wangedrag, liegen, achterbaksheid, kwaadspreken, loos gebabbel, hebzucht, boosheid, en verkeerde meningen [niet overeenkomstig de Boeddha-Dharma]."






Naar de bijlage

Het woord Bloemenkrans staat voor Perfecties die we kunnen behalen en dan als het ware aanbieden aan Boeddha die ons geleerd heeft wat die Perfecties zijn en hoe ze vergaard moeten worden.

Een engelse vertaling werd uitgegeven door Shambala


Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.eu
www.buddha-dharma.eu is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme