DE BLOEMENKRANS SOETRA

Avatŗmsaka Soetra


DEEL TWEE

Boek TweeŽndertig


Verblijfplaatsen van Bodhisattvas





Boek 32 is maar een paar paginas lang, en er kan niet anders van gezegd worden dan dat dit nu een latere toevoeging moet zijn aan het corpus van de AvatŠmsaka Soetra. Het is een latere toevoeging omdat in voorgaande en volgende boeken Bodhisattva Manjushri een van sprekers is die namens Boeddha het woord voert. Maar hier, in boek 32, wordt van hem gezegd dat hij verblijf houdt in het Noord-oosten, op de Heldere, Koele Berg. We mogen hier zelfs uit afleiden dat boek 32 Chinese roots heeft, omdat Wutai shan ten noordoosten van Beijing een van de vier heilige bergen van het huidige Chinese Boeddhisme is, waar in het bijzonder Manjushri wordt geŽerd, respectievelijk waar de praktijk wordt gevolgd van zowel het noordelijke ch'an waarover Manjushri presideert, als de esoterische richtingen van het Boeddhisme waarin Manjushri een belangrijke rol speelt.

In de opsomming van tien(*) zulke bergen komen we in het westen ook de Diamant-vlam Berg tegen. In het westen van China vinden we Emei shan waarvan gezegd wordt dat op de top daarvan een heel bijzonder licht valt waar te nemen. Recente filmbeelden (2012, 2014) tonen aan dat dit een vorm van zuiderlicht is, veel minder spectaculair, maar vergelijkbaar met het beter bekende noorderlicht, hoewel het zuiderlicht beter valt waar te nemen vanaf de Evenaar, dan vanaf Emei shan. Er is dus ook hier niets mystieks aan; die mystiek is er in gebracht door personen die nog geen kennis van natuurwetenschappen hadden, en dat in een aantal gevallen vandaag nog steeds niet willen hebben.

In de overige opsomming van verblijfplaatsen van Bodhisattvas komen we geografische namen tegen als Vaishali, Maratha (Maharashtra of Mathura?), Afghanistan, Kashgar, Kashmir, en Gandhara waar de Shangri-la-grot gevonden moet worden. Verder vinden we nog de naam van de legendarische Mucilinda.
In de vroege Udana (zangen) collectie van het Kleine Voertuig, komen we de naam tegen als die van de cobra die Boeddha beschermde tegen hevige slagregens:


Nu gebeurde het dat er een grote wolk kwam opzetten, buiten het (regen)seizoen, en dagenlang regende het; er stond een koude wind en er was duisternis. En de slangenkoning Mucilinda (moedsjie-lŪenda) kwam uit zijn verborgen rijk tevoorschijn en wond zijn lichaam zeven maal om [de in meditatie verzonken] Boeddha heen, en met zijn [uitgespreide] wangen vormde hij een baldakijn boven Boeddha's hoofd. In zichzelf zei hij: 'moge de Gezegende het niet koud krijgen, of te warm; moge hij vrij zijn van muggen en vliegen, van wind of zonnestralen'.

Noot:
(*) Boek 12


Naar de startpagina

Naar het volgende boek


Het woord Bloemenkrans staat voor Perfecties die we kunnen behalen en dan als het ware aanbieden aan Boeddha die ons geleerd heeft wat die Perfecties zijn en hoe ze vergaard moeten worden.

Een engelse vertaling werd uitgegeven door Shambala


Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.eu
www.buddha-dharma.eu is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme