DE BLOEMENKRANS SOETRA

Avatàmsaka Soetra


DEEL TWEE

Boek Drieëndertig


Onvoorstelbare Kwaliteiten van boeddhas




Zoals we vanaf boek 15 moeten begrijpen dat de Bodhisattva-Mahāsattva in essentie gelijk is aan Boeddha, en dat we vanaf boek 27(*) moeten begrijpen dat de Bodhisattva-Mahāsattva is-gelijk boeddha is geworden. Zo moeten we begrijpen dat in boek 33 over deze Bodhisattva-Mahāsattva dan ook daadwerkelijk wordt gesproken in termen van boeddha (met een kleine bee - tenzij anders vermeld)(1). Met andere woorden, hier is een voortschrijdend inzicht, een opleiding in kleine stapjes.
Dat vanaf dit moment de Bodhisattva-Mahāsattva boeddha is wordt bijvoorbeeld duidelijk uit zinsneden als, "Om alle levende wezens te kunnen civiliseren(2) bereiken alle boeddhas, in één gedachte-moment (ksana?) onovertroffen, complete, perfecte verlichting (Anúttara Samyak-sambodhi)(3). Maar wat alle elementen (anga?) van boeddhschap aangaat, deze hebben ze nog niet alle herkend(4), ze herkennen ze [nu] niet, en zullen ze niet herkennen; en ook blijven ze niet hangen in het stadium van leren [over die elementen], en toch kennen ze deze [op intellectueel vlak] allemaal, ze zien ze allemaal, ze hebben er wetenschap over [of van], door niets gehinderde wetenschap; ..."(5)

Twee andere plaatsen waar het 'kleine' boeddhaschap wordt duidelijk gemaakt zijn:
"alle boeddhas leren fysieke, verbale en mentale oefeningen van [andere] boeddhas, ...", en uit, "... alle boeddhas geven werelds genot op ....".
De grote Boeddhas, die Anúttara Samyak-sambodhi, het Meest Verheven Boeddhaschap hebben behaald, hoeven niets meer te leren, en dubben niet meer over concepten als wel of niet opgeven van werelds genot; de Bodhisattva-Mahāsattva-is-gelijk-boeddha moet zich nog steeds en voortdurend het gelijk zijn (samatá)(6) van alle fenomenen voor ogen houden. Dat wordt duidelijk uit een paar passages in boek 33.
Enkele eeuwen later zal de vijfde-eeuwse Chinese monnik Chao, direct leerling van de monnik/vertaler Kumārajiva, in zijn correspondentie (opgenomen in de Chao Lun) melding maken van de "Cosmische Meditator" een gedachtegang die, als we het goed begrijpen, toch geïnspireerd moet zijn geweest door het kleine boeddhaschap uit de Avatámsaka Soetra.




Omdat in dit boek een aantal concepten twee of meer keer terug komen, met telkens iets andere voorbeelden en metaforen, zou de indruk kunnen ontstaan dat boek 33 een collectief werk is geweest.




Noten:
(*) Zie boek 15 en boek 27
(1) In boek 34 wordt dan weer gesproken over de grote en kleinere fysieke kenmerken van Boeddha, en wordt hier nadrukkelijk de naam Vairócana Boeddha genoemd, Boeddhaschap, de oer-Boeddhagestalte die de Bodhisattva-Mahāsattva-is-gelijk-boeddha zich voor de geest mag houden.
(2) Zie boek 25 over civiliseren.
(3) Een bron voor het leerstuk dat de Bodhisattva-Mahāsattva, en ook de Pratyeka-Boeddha, in tegenstelling tot de Toehoorder uit het Kleine voertuig, de Srāvaka, het meest verheven Boeddhaschap (Anúttara Samyak-sambodhi) zal behalen, vinden we in de leerstellingen van de Dharmaguptaka of Dharmagupta-traditie die ca de derde eeuw zou zijn ontstaan in de streek die toen Uddiyāna heette, ten noordwesten van India. Meer over deze traditie in een van de bijlagen bij dit boek.
(4) Het is mogelijk dat hier oorspronkelijk iets gestaan heeft als prajñā, het intuïtieve weten.
(5) Hier wordt gehint in de richting van het inherente Boeddhaschap, de Boeddhanatuur, of de wil tot verlichting, de bodhicitta. Zie boek 12 voor bodhicitta.
(6) Zie boek 15




verblijfplaatsen


Al in boek 15 kwam u een serie 'verblijfplaatsen' tegen, en een overzicht van de tien stadia(1). Hier in boek 33 vinden we niet minder dan drie series verblijfplaatsen of rijken. Aan het begin van het boek vinden we een opsomming van 9 verblijfplaatsen, meditaties of praktijken waarin je kunt wonen totdat ook deze dharma kunnen worden achtergelaten: de verblijfplaats van eeuwigheid, van groot mededogen, van de verschillende lichamen die het boeddhawerk kunnen doen, van gelijkmoedig het Wiel van de zuivere Leer in beweging houden, van het uiteenzetten van ontelbare principes met gebruikmaking van analytische kennis, van onvoorstelbare kwaliteiten van alle boeddhas, van het geluid van zuiverheid dat oneindige aantallen landen doordrenkt, van het onuitsprekelijk diepe rijk van werkelijkheid(2), en van het kunnen manifesteren van alle verheven bovenredelijke krachten.

Dan is er even later een serie van tien rijken, plaatsen, als volgt:

"Alle boeddhas, zodra ze [in meditatie] zitten, gaan oneindige werelden in de tien richtingen binnen.
Alle Boeddhas, één logische uitspraak doend, kunnen alle boeddhaleringen uiteenzetten.
Alle boeddhas, één licht manifesterend, kunnen alle werelden in het licht zetten.
Alle boeddhas, in één lichaam, kunnen alle lichamen manifesteren.
Alle boeddhas kunnen alle werelden in één plaats manifesteren.
Alle boeddhas kunnen alle dingen binnen één [bron van] kennis vaststellen, ongehinderd.
Alle boeddhas kunnen in één enkel gedachtemoment naar alle werelden in de tien windrichtingen reizen.
In één enkel moment kunnen alle boeddhas de oneindige geestkracht van de verlichtte manifesteren.
In één enkel ogenblik, zonder verward te geraken, kunnen alle boeddhas hun geest richten op de boeddhas en wezens doorheen verleden, heden, en toekomst.
Binnen één enkel ogenblik zijn alle boeddhas in essentie gelijk aan alle boeddhas uit het verleden, heden en de toekomst."

Merk op dat het hier om de meditatieve praktijk gaat, en niet over kunstjes van een illusionist.

De derde serie binnen boek 33 is als volgt:
"Alle boeddhas verblijven in het bewust zijn van het rijk van werkelijkheid, ... in mededogende woorden, ... in de oorspronkelijke grote gelofte, ... in volhardendheid in het civiliseren van de wezens, ... in het principe van afwezigheid van een zelf, ... in bevrijden [van wezens] zonder voorkeur of afkeer, ... in het voor ogen houden van de waarheid, ... in de door niets gehinderde geest, ... in de constant juist gerichte geconcentreerde geest, .. en in een onbevooroordeeld begrip van alle fenomenen, zonder af te doen aan het karakter van ultieme werkelijkheid."



andere series van 10


Onder het hoofd "tien soorten kennis" vinden we een aantal uitingen waar de zen-geïnspireerden waardering voor zouden kunnen hebben - hoewel je 't met die Rinzai-jongens natuurlijk nooit weet.

Bijvoorbeeld: "Alle boeddhas weten dat er voor de fenomenen geen verbale verklaring is, en toch kunnen ze de kennis over het verbaal verklaren produceren."

Houden we het dan maar bij uitspraken die van Nagārjuna hadden kunnen komen:
"... de dingen zijn noch een noch divers, ...
... de dingen zijn noch eindig noch oneindig."


Boek 33 geeft ook een opsomming van tien manieren om universaliteit binnen te gaan.
Daarin zijn boeddhas meester in drie dingen, in diagnose, in het voorschrijven van de remedie, en in geestkracht.

Onder hetzelfde hoofdstuk vinden we ook de lijst van "vier buitengewone manieren van weten", namelijk de kennis van principes, van betekenis, van expressie, en van uiteenzetten of verklaren.(1) Ze worden in het Sanskriet de pratisamvid genoemd. Er is een andere lijst die alleen betrekking heeft op het weten van Bodhisattvas, en deze is als volgt:
het interpreteren of beredeneren van de Dharma, d.w.z. de teksten, het interpreteren van de betekenis, het kunnen spreken in iedere gewenste taal(2), en plezier hebben in het spreken over de Dharma.

De Dasasahásrika Prajñā-paramitā, een van de kortere versies van de "Perfectie van Wijsheid-teksten" geeft deze vier, de catasrah pratisamvidah, als volgt: doordringen tot de betekenis (artha-), doordringen in de Leer (dharma-), doordringen in de analyse (nirukti-), en doordringen als in een gedachteflits (pratisambhāna-pratisamvid).

Ook vinden we hier een lange, bloemrijke uiteenzetting over het leven van Boeddha, van zijn geboorte tot aan zijn parinirvana. Het verhaal is eerder een metafoor om een aantal belangrijke concepten over het voetlicht te brengen dan een historisch verslag - voor zover we echt kunnen weten hoe bijvoorbeeld de gebeurtenissen rond de geboorte hebben plaatsgevonden:
"Alle boeddhas [d.w.z. de bodhisattvas die zich dit in meditatie-visualisatie voorstellen] dalen 'in de geest' vanuit de hemelse sfeer van tevredenheid [een ander woord voor Tushita] neer in de moederschoot; door ultieme concentratie in te zetten observeren ze de fenomenen die leven aannemen; ze zien ze als illusies, als een fantoom, als een weerspiegeling, als ruimte, als een luchtspiegeling,(3) en ze nemen het leven aan dat ze zich wensen, niet gebonden, ongehinderd."
boeddha-werken
Een paar citaten uit de sectie 'boeddha-werken'. Hierin worden de vaardige middelen gebruikt om de Dharma zo over te dragen dat die ene individuele toehoorder het kan bevatten. Dat komt soms inconsequent over omdat vooral de leerstukken over wereldse waarheid (samvrti satya) en absolute waarheid (paramartha satya) opgewekt door elkaar worden gebruikt, waardoor het een enkele keer lijkt alsof de spreker ofwel liegt, ofwel zelf niet weet hoet 't zit. Maar dit is meestal maar schijn; hier hebben we een onderwijs-techniek die waarschijnlijk ook in ander Zuid-Aziatische levensovertuigingen en filosofieën wordt gebruikt:

"Soms doen ze [de boeddhas alias Bodhisattva-Mahāsattvas die deze betiteling inmiddels verdienen] boeddha-werken door te zeggen dat er maar één Boeddha is; soms zeggen ze dat er vele Boeddhas zijn."

"Soms [zeggen ze dat] het rijk van Boeddhaschap de wereld is; soms zeggen ze dat de wereld het Boeddharijk is."


Noten:
(1) Precies deze serie van vier wordt gehanteerd door de Huayen-traditie, de Chinese traditie die zijn bron heeft in de Avatámsaka Soetra.
(2) De tekst kwam tot stand in een regio waar een heel aantal verwante talen, streektalen of dialecten voorkwamen. De moeilijkheden die we vandaag hebben om de Dharma tot uitdrukking te brengen in talen van "langs de andere kant van de wereld" had men daar niet of minder.
(3) Dit citaat herinnert ons aan een paar andere regels over het illusoir zijn van de wereld, en wel in boek 22, en aan de slotverzen van de Diamant soetra.


Naar de bijlage over onverschrokkenheid

Het woord Bloemenkrans staat voor Perfecties die we kunnen behalen en dan als het ware aanbieden aan Boeddha die ons geleerd heeft wat die Perfecties zijn en hoe ze vergaard moeten worden.

Een engelse vertaling werd uitgegeven door Shambala


Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.eu
www.buddha-dharma.eu is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme