DE BLOEMENKRANS SOETRA

Avatàmsaka Soetra


Boek Negen


Ontwaken door Licht




De lichtbundels


Opnieuw zit de verzameling bijeen en visualiseert zich een cosmos. Het bewustzijn focust zich hier op de centrale Boeddha die in Mágadha op zijn bodhimanda zit, zijn Verlichtingszetel. Zittend op die zetel, zegt de tekst, "bracht hij vanonder zijn voetzolen, die gekenmerkt zijn door het wielteken(1), honderd miljard lichtstralen voort.(2)" Die lichtstralen brachten opnieuw een mándala aan werelden in de cosmos aan het licht, ook honderden miljarden, en evenveel Bodhisattvas, en werelden voorbij de wereld, zoals de uit de Abhidharma-literatuur bekende Trayatrimsa (Tavatimsa), de "hemel van de 33 [hemelingen]" met Sakra aan het hoofd, en de Nirmānarati (Nimmanarati), de sfeer van hen die zich verheugd tonen over de creaties van anderen.

Het met behulp van licht tonen van deze werelden betekent uiteraard dat de beschouwer er toe Ontwaakt en er de ware aard van ziet.

Tussen de tien in dichtvorm gegoten leringen die gelijktijdig uitgesproken worden door de Manjushris overal vandaan(3), die wonen in alle in de geest opgeroepen Boeddhalanden, wordt verteld hoe de lichtbundels die Boeddha uitzond van wereld naar wereld gingen, en hoe ze telkens tien landen in ieder van de tien windrichtingen doorstraalden.

Wat in deze beschrijving opvalt is dat er ook gesproken wordt over Jambu-dvîpa (Jambu-dîpa), het Mango-eiland, een oeroude benaming voor India. Hier is Jambu-dvîpa een geïdealiseerd beeld, en kan het in iedere windrichting gevonden worden.




Noten:
(1) Een van de 32 lichamelijke kenmerken van Boeddha, zo zegt de Canon, is het lijnenspel op Boeddha's voetzolen die een zodanige configuratie vertonen dat ze lijken op het rad en de spaken van een wiel. Zie daarvoor ook deze pagina.
(2) Zie voor de lichtstralen pagina twee.
(3) Zie voor Manjushri de bijlage bij boek zeven.


Naar de tweede kolom


Enkele citaten


Iedere set versregels uit boek tien spreekt direct tot het hart en verwoordt tegelijkertijd de begrippen van de Boeddha-Dharma. Het is moeilijk er een selectie uit te maken. Maar om een idee te geven:

Cluster 1:
"Wanneer iemand weet dat de Boeddha's
Substantie en vorm niet-bestaand (ensloos) is
...
Zo iemand zal snel Boeddha zijn."


Cluster 3:
"Sommigen zien de geest in ruste
Als een lamp die voor eeuwig doofde (1)
...
Hij die de tien krachten(2) bezit kan Zo zijn."


Cluster 4:
"De Boeddhas zijn geen samengesteldheden [zoals we die kennen] in de wereld.
Elementen (dhātu), zintuigen, dingen die onderhevig zijn aan geboorte en dood -
(samengestelde) fenomenen kunnen ze niet scheppen:
Daarom worden ze "Leeuw onder de mensen"(3) genoemd."


Cluster 6:
"De geest onderscheidt werelden
Maar die geest heeft geen bestaan.
..."


Cluster 10:
"De cycli van wonderbaarlijke leringen die de Boeddhas in gang zetten
zijn alle aspecten van Verlichting."


Noten:
(1) Dit is een referentie naar een paar vroege Pali Soettas waarin over het Grote Uitdoven wordt gesproken in termen van het opraken van de olie van een lamp - waar gaat dat licht, dat vuur dan heen, is de rethorische vraag. De Rátana Sutta uit de Pali-collectie geeft een van de kortste leringen met de lamp als voorbeeld: "Net zoals de vlam van deze lamp uitdooft, zo gaan ook de wijzen [op in nirvana]."
We vinden hier een van de aanleidingen voor het dispuut tussen de oudere Pali- en de nieuwere Mahayana-tradities. De Pali-traditie gaat niet verder dan te zeggen dat het levende wezen leeg van substantie is. Wanneer de Mahayana, onderandere in deze Avatámsaka Soetra, stelt dat ook de overige fenomenen ledig (sunya) zijn, dan protesteert de eerste, en zegt dat dit niet is wat de Pali-Soettas leren. Daarop riposteert dan de Mahayana met een: Uw Abhidharma-literatuur, die wij voor behorend tot de Canon dienen te houden, zegt toch dat het fysieke lichaam is opgebouwd uit fenomenen (aarde, water, vuur, wind), waaronder het element vuur-is-gelijk licht. Dus kunt u niet zeggen dat het wezen ledig van substantie is, maar vuur of licht (en de andere elementen) niet.
(2) Zie hiervoor ook boek vijf

(3) Zie hiervoor de Pabbadjá soetta

Zie voor "licht" ook de derde bijlage bij boek twee.




Het woord Bloemenkrans staat voor Perfecties die we kunnen behalen en dan als het ware aanbieden aan Boeddha die ons geleerd heeft wat die Perfecties zijn en hoe ze vergaard moeten worden.

Naar pagina twee
Terug naar de startpagina

Een engelse vertaling werd uitgegeven door Shambala


Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.eu
www.buddha-dharma.eu is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme