Boeddhisme begon met het leven van Sakyamuni Boeddha die zo'n 550 jaar voor de westerse jaartelling werd geboren in wat nu het zuiden van Nepal is.
Zijn naam was prins Siddhartha, de prins "wiens wensen waren vervuld". Als vele anderen in zijn tijd en land gaf hij het gewone leven op en werd een rondtrekkend heilige, op zoek naar het hoogste geluk. Dat geluk vond hij ook, en vanaf die dag werd hij Boeddha genoemd de Ontwaakte, of de Wijze.
In die staat van volledig Ontwaakt of Wijs zijn, vertelde hij zijn volgelingen dat hij "uit het geslacht der Boeddhas stamde." Dat wil zeggen dat Sakyamuni Boeddha besefte dat hij er maar één in een rij van vele voorgaande en toekomstige Boeddhas was.
Sakyamuni Boeddha is de enige Boeddha die gekend en aanvaard wordt door het Zuidelijke of Pali Boeddhisme van Zuid-Oost Azië. De Noordelijke Boeddhistische tradities hebben geschriften die in het Sanskriet of een aan het Sanskriet verwante taal geschreven zijn (met uitzondering van het Pali), waarin de namen van vele Boeddhas voorkomen. Deze Boeddhas lopen niet als mens van vlees en bloed over de aarde, maar zijn symbolen van absolute perfectie die de mens als voorbeeld kan nemen. Sakyamuni Boeddha heeft ook gezegd dat alle Boeddhas hetzelfde prediken, maar dat ze dat doen aangepast aan de tijd en plaats, en aan de geneigdheden van hun toehoorders. Dat wil zeggen, aan iemand die een genezer nodig heeft zal Boeddha, of Boeddhaschap, verschijnen als de Helende Boeddha, en aan velen die na dit leven niet volkomen uitgeblust (nirōdha) willen zijn verschijnt Boeddha, of Boeddhaschap, als bijvoorbeeld Amitābha Boeddha die verblijft in zijn Reine Land in het Westen.
De niet-aardegebonden Boeddhas zijn echter geen oude mannen met een witte baard die op een wolk zitten en ons leven besturen. Boeddhas zijn voorbeelden die we ons kunnen voorstellen. En wat we ons dan voorstellen zijn perfecte kwaliteiten die we ook in onszelf hebben en die we kunnen ontwikkelen of bloot leggen door alle droesem die we er omheen en er op gestapeld hebben te verwijderen. Boeddhas worden bovendien uitgebeeld als mensen met armen en benen, en dat is gedaan om diegenen te helpen die niet zo goed overweg kunnen met abstracte ideeën. Maar eigenlijk kunnen we zonder zo'n beeld. Er is dan ook een tempel in Japan waar Boeddha wordt voorgesteld als een kolom licht - we spreken immers over Verlichting.
De binnen de Chinese invloedsfeer meest bekende monnik, de eerw Chin Kung, die de leer rond Amitābha Boeddha verkondigt zegt dat we "Boeddhas en Bodhisattvas niet als goden moeten zien."
De Pali-geschriften en de Sanskriet-geschriften
De taalkundige verschillen
Zoals gezegd werden de leerredes van het vroege Boeddhisme, dat het Zuidelijke Boeddhisme, de Theravāda, of de Hīnayāna, dat wil zeggen, het Kleine Voertuig wordt genoemd, uiteindelijk opgetekend in de taal die Pali heet, een van de nu dode talen van het oude India.
De leerredes van het latere Boeddhisme dat het Noordelijke Boeddhisme, of de Mahāyāna, dat wil zeggen, het Grote Voertuig, zijn, zoals boven gemeld, opgetekend in een aantal talen waarvan Sanskriet het belangrijkste is. We komen daar ook de talen tegen van langs de Zijderoute, en uiteindelijk zijn er teksten in het chinees, koreaans, japans en tibetaans gekomen.
Grosso modo neemt men aan dat althans een deel van de geschriften, de canon, die bewaard zijn gebleven in het Pali zijn uitgesproken door Sakyamuni Boeddha zelf.
De canon van de Mahāyāna is, naar men aanneemt, op een aantal teksten uit de Âgama-, de collectie Kleine Voertuiggeschriften uit dat Voertuig na, opgetekend na het overlijden van Sakyamuni Boeddha.
De Theravāda, de ene hoofdstroming van het Boeddhisme die zich richt naar de Pali-teksten, de Kleine Voertuigteksten van de Theravāda, aanvaardt alleen deze, en onderwijst de leerredes uit de Mahāyāna niet.
De andere hoofdstroming van het Boeddhisme, de Mahāyāna, onderwijst een collectie teksten die behoren tot de hierboven genoemde Âgama-, de collectie Kleine Voertuiggeschriften uit dat Voertuig, plus de latere, na Boeddha's overlijden opgtekende leerredes die naar exegese uitstijgen boven die Âgama-teksten.
Beide stromingen interpreteren de Boeddha's Dharma, die in omvang meer dan 500 maal dikker is dan de Bijbel, op een aantal punten hetzelfde, en op een aantal andere punten verschillend.
De Theravāda houdt zich graag aan de letterlijke interpretatie van de Pali-canon. Daar zijn commentaren op geschreven die veelal streven naar een preciese vertaling en interpretatie van de woorden zoals ze er staan. Die commentaren heten
tīka, en de vloer van de bovenverdieping van een van de universiteiten die zich bezig houdt met de Pali-canon, de universiteit van het Srilankaanse Kelániya, buigt door onder het gewicht ervan.
Binnen de Mahāyāna ligt de zaak iets complexer. Ook hier wordt woord-research gepleegd, maar vooral wordt er aandacht geschonken aan de betekenis die achter, onder en tussen die woorden schuilt, en waar het denken daarover uiteindelijk toe leidt. Daardoor is de Mahāyāna veel radicaler in zijn uitspraken geworden dan de Theravāda.