Fragment uit
de Surŕngama Soetra


Introductie en verwijzing
naar fragmenten




Zoals er twee Mahāparinirvāna soetras zijn, twee heel verschillende Leerredes over Boeddhas Heengaan, een behorend tot de mahāyana-collectie, en een behorend tot de Pali-collectie van het theravāda-boeddhisme, zo zijn er ook twee Sūrangama soetras.
Meer precies gezegd, er is een Sūrangama-samādhi-sūtra, en er is een Sūrangama-sūtra, en beide teksten moeten ondergedeeld worden bij de mahāyana hoofdstroming.
De eerste, die met de langste naam, werd al in het jaar 186 vanuit het Sanskriet of een daaraan verwante taal naar het Chinees vertaald door een monnik met de naam Chih Ch'an. Maar de meest bekende vertaling is nog wel gemaakt door Kumārajīva, ergens tussen 350 en 413. Het is deze versie die de waardige Etienne Lamotte heeft gebruikt voor een vertaling naar het Engels. Deze Engelstalige versie werd in 1998 in Londen gepubliceerd.
De Engelstalige sectie van het www.buddha-dharma.eu-archief gaat onder de titel Heroic Progress, or The Samādhisūtra associated with the Wise kort in op het verschil tussen beide manuscripten.
Onderstaand komt het manuscript met de korte titel aan bod, de Sūrangama-sūtra.



Wanneer de monnik-pelgrim Faxian (Fa-Hien) ergens tussen 399 en 414 westerse jaartelling aankomt op de Gierenpiek in de buurt van Rajgir, noord-India, treft hij daar de restanten aan van de muren van een kloosterhal waarvan de mahāyana aanneemt dat daar de Surángama soetra werd gepredikt, de Sūtra over de Ononderbroken Voortgang van Wijsheid.



De overlevering zegt dat de Surángama Sūtra (chinees: Leng Yen Jing) naar het Chinees werd vertaald onder supervisie van meester Paramiti uit Centraal-noord-India. De naam Paramiti is afgeleid van parami(ta), perfectie. Hij zou dat in het jaar 705 in het Chih-Chih-klooster in het vroegere Kanton, de streek die nu Guangzhou heet gedaan hebben. Maar daarvoor was deze mahāyana leerrede al zo bekend dat de chan-meester Daoxin (Jap. Dōshin 580-651) uit Jizhou, in de Hebei-provincie in het noorden hem zonder bronvermelding op zijn manier citeert: "Wanneer het oog dingen ziet, zijn die dingen niet in het oog." En dus zal de soetra in het zuiden nog eens overgeschreven of nagekeken zijn aan de hand van een manuscript dat vanuit het noorden werd aangeleverd. Een exemplaar van de Surangama soetra werd aan het begin van de twintigste eeuw aangetroffen in de bibliotheekgrot te Dunhuang in het noodwesten van China.

De tekst waarvan de titel naar het Nederlands is vertaald met Heroďsche Voortgang geeft ruim baan aan cultivators die, in de optiek van de samenstellers, een trapje lager staan dan Boeddha: de arhats. Het verhaal speelt zich dan ook in een aardse sfeer af, met "echte" mensen die in een echte zaal naar buiten zitten te kijken en een vraag- en antwoord-spel aanhoren over wat zien is, en wat horen is, en waar zien, respectievelijk horen zich dan wel bevinden.





Fundamental Mind

[Boeddha zegt:] "Ānanda, wanneer je [dingen] ziet, is dit zien noch jouw zien, noch mijn zien; [toch] dringt de aard ervan in alles door.
Als het 'jij' niet is, wat is het dan? Waarom twijfel je nog steeds aan je werkelijke aard en vraag je mij te bevestigen dat het niet fictief(1) is!?"


(1) "Fictief" zou hier ook vertaald kunnen worden met "op zijn kop".

De 7de-8ste-eeuwse meester Han Shan Te Ch'ing, naar alle maatstaven een vertegenwoordiger van de ongebonden Linchi (Rinzai) School van het chinese zen, merkt op dat Boeddha deze woorden sprak om te voorkomen dat Ānanda zijn zien zou gaan beschouwen als een object waarover nagedacht kan of moet worden.



[Boeddha zegt:] "Vanaf de tijd zonder begin hebben alle levende wezens verzuimd aandacht te schenken aan hun essentie [svabhāva?"](1) door zich te hechten aan externe objecten, en daarbij missen ze hun eigen "fundamental mind"(2).
Zo worden ze aan de gang gehouden door objecten, en leggen ze onderscheid aan naar [bijvoorbeeld] 'groot' en 'klein'.
Kunnen ze die objecten omkeren(3), dan zijn ze als de Tathāgata [Boeddha], en verblijven hun lichaam en geest in de staat van stralende perfectie."


(1) Over svabhāva vindt u een lang lemma in Deel 1 van de Lankāvatāra sūtra, tekst 1, voetnoot 8.
(2) "Fundamental mind" is onvertaald gelaten omdat we geen goed Nederlands woord hebben voor "mind" in deze betekenis.
(3) Zie voor "omkeren" Deel 1 de Lankāvatāra sūtra, tekst 1, voetnoot 30, de woorden over "paravritti".



De inherente Bodhi

"Daarom, Ānanda, wanneer je licht ziet, dien je te weten dat je niet helder ziet; wanneer je duisternis ziet, is je zien niet verduisterd; wanneer je het lege ziet, is je zien niet leeg, en wanneer je obstructie ziet, is je zien niet geobstrueerd.
Heb je deze vier staten [van zien] begrepen, dan zou je ook moeten weten dat wanneer je absolute zien de Essentie van Zien waarneemt, de eerste [het absolute zien] niet het laatste [de Essentie van Zien] is; [want] hoe kan je fictieve zien dat zien bereiken!
(1)

(1) De letterlijke vertaling is door Lü K'uan Yü gegeven met "wanneer zien zien (waarneemt), dan is zien niet zien, [want] zien verwijdert zich van zien; zien kan het niet bereiken."

Ook hier geeft Han Shan een verklaring en legt uit dat Boeddha er alles aan gelegen is om wat voor concept dan ook over zien, of over een van de andere zintuigen, uit te wissen. Ook wordt hier getoond dat we wel zoiets als een "essentie van zien" kunnen vermoeden, maar het daarom nog niet kunnen waarnemen. Vandaar ook het gezegde dat we, zonder spiegel, onze eigen ogen niet kunnen zien.






Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.eu
www.buddha-dharma.eu is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme