Uit het archief van www.buddha-dharma.eu






DE KANHERI-GROTTEN
TEN ZUIDEN VAN MUMBAI, INDIA

november 2006

OhmyNews van 31 oktober 2006 publiceerde een bijdrage van Rajen Nair over de 109 Kanheri-grotten, een uur rijden ten zuiden van het vliegveld van Mumbai. Ze liggen in wat vandaag heet het Sunjay Gandhi National Park, en werden vanaf de eerste eeuw uitgehouwen door monniken, die naar aangenomen mag worden vanuit het Ganges-bassin naar het zuiden migreerden.

Kanheri wordt uitgesproken als Kanheeri met de nadruk op -hee-. De grotere grotten, chaitya genoemd, dienden als tempelruimte, soms met een dagoba, een stūpa-achtig bouwwerk er in waaromheen een cánkama (tsjánkama), een pad, door honderden voeten van monniken uitgesleten die er in dagelijkse circumambulatie omheen liepen en onderwijl reciteerden.
De kleinere grotten heetten vihára en dienden als slaap- en meditatiehut.
In de grootste grot staat een 7 meter hoog Boeddhabeeld, en elders vindt u een ander beeld van Avalokiteshvara met 11 hoofden, hetgeen symboliseert dat dit Grote Mededogen alle windrichtingen overschouwt.
Op de wanden van de grotten zijn inscripties te vinden in verschillende schriftsoorten, het Brahmi, het Devanágari, het Pállavi (of pallava) en het Sanskriet, waarmee het siddham wordt bedoeld.

Het feit dat de grotten nu bewaakt worden, en er toegangs-uren zijn - van 10 tot 5 - geeft aan dat ze vandaag beter beheerd worden dan 20 jaar geleden toen we nog de eerste 'witten' in ca 10 jaar waren die een kort bezoek brachten.
Je zou er willen wonen, maar er is geen water meer. Die watervoorziening was in de eerste eeuwen minder precair; in de buurt van de grotten vinden we grote uitgehouwen bassins waarin regenwater werd opgevangen. (zie onderstaand)

Het Kanhéri-complex is waarschijnlijk het eerste oord waar een leer werd ontwikkeld die ten volle Mahāyana genoemd mag worden.
In de verslagen van de vroegste pelgrim-reizigers, zowel uit India zelf als uit China, vinden we de naam Kanheri verbonden met de Bhadrayānīya die zich in ca de tweede eeuw verzelfstandigd zouden hebben als een sub-school van de Vātsīputrīya. De naam van deze stroming betekent 'Hen wier Weg gelukkig is'.(*) Welke stroming hen voorging, als het een stroming was, en niet een los-vaste verzameling mediterende monniken, is niet bekend.

De Bhadrayānīya completeerden de Abhidharma-geschriften (detailleringen over het mentale en fysieke) van de Vātsīputrīya met zogenaamde shastra, Verhandelingen, waarbij ze sterke nadruk legden op de betekenis zoals die uit de sutra, de Leerreden, naar voren kwam.

In de paar teksten en inscripties die bewaard zijn gebleven wordt gesteld dat de Bhadrayānīya van mening waren dat er in samsara, in het leven zowel als in de (gedeeltelijke) 'uitdoving' (nirodha) onwetendheid (avidyā) is, en dat je, na deze (gedeeltelijke) bevrijding opnieuw 'terugvalt', d.w.z. opnieuw een leven binnengaat. Ze waren ook van mening dat wanneer je de praktijk beoefent die naar het geluk leidt, dit (dat bezig zijn op die weg er naar toe) het hoogste geluk is (dat we in samsara kunnen bereiken).
In het verslag van het derde concilie in Patna, waar de orthodoxie gescheiden werd van de nieuwlichterij, dus in de Kathāvatthu, wordt door hen ook gezegd dat helder inzicht (abhisamáya) in de Vier Edele Waarheden en in de Vrucht (phala, d.w.z. de vrucht van het beoefenen van het Pad van de Boeddhas) geleidelijk komt (anupúbbena).

Uit deze paar regels zien we 1/ dat de Bhadrayānīya de door de gewone mens te behalen vrijheid niet gelijkstelt met de Bevrijding van Boeddha, 2/ dat ze van mening waren dat het Pad het (voor mensen bereikbare) Doel is, en omgekeerd, een mening die we ook vinden in de Avatámsaka Soetra en in een aantal veel latere chinese, koreaanse en japanse zen-scholen, en 3/ dat ze niet het onmiddellijke, of plotselinge, of spontane verlicht geraken predikten, maar van mening waren dat wijsheid met de jaren komt.
(*)A. Bareau, Les Sectes Bouddhiques, p.128/9)



Watervoorziening
7 september 2007


Archeologen hebben ergens in 2007 ontdekt dat er nabij de in totaal 109 grotten niet minder dan 85 waterputten zijn uitgehouwen waarin per put 15.000 tot 50.000 liter regenwater kon worden opgeslagen. Vanaf de "daken" van de grotten lopen kleine afvoerkanalen tot net buiten de cellen. Daar, onder een nauw deksel, waardoor verdampen werd tegengegaan, en door de overhangende rots beschermd tegen de zon, waardoor algengroei werd voorkomen, werd water opgeslagen waarmee de bewoners ca een jaar toekonden.

IE meldde dat verschillende instanties in Mumbai inmiddels soortgelijke oplossingen hebben gevonden, of bestuderen hoe het vandaag de dag geïmplementeerd kan worden.

Zeven oudere grotten
februari 2015


Zeven grotten die ooit tijdens de regentijd bewoond werden door boeddhistische monniken zijn door een drietal wandelaars ontdekt in het bovengenoemde National Park, schrijft Clara Lewis voor de Times of India vam 17 januari.
Archeologen menen sindsdien dat ze uitgehakt zijn in een periode die strekt van de eerste eeuw vC tot de 5de, 6de eeuw nC. Dat ze alleen tijdens de regentijd zullen zijn gebruikt maken de archeologen op uit het feit dat er geen opslag voor drinkwater is aangetroffen, iets waar de nabijgelegen Kanheri grotten nu juist om bekend staan.
Wat er bij de grotten gevonden is, is het restant van een hármika (het vierkant bovenop een stoepa, juist onder de top of vlam). Ook omdat er geen waterfaciliteiten zijn aangetroffen wordt er van uitgegaan dat deze grotten ouder zijn dan die te Kanheri.
Twee commentaren zijn de moeite waard om hier herhaald te worden. Het ene zegt dat de naam van het park gewijzigd zou kunnen worden in Siddhártha Park, de naam van Boeddha voordat hij het huis verliet, en het andere stelt dat de vondst niet echt heel nieuw is, dat een aantal Mumbainaren de grotten al kenden en dat er ook restanten van pilaren gevonden zijn. Die pilaren zouden rond de stoepa hebben gestaan, en er zouden sporen van beeldhouwwerk op te zien zijn.




Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.eu
www.buddha-dharma.eu is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme