Het blad New Kerala meldde op 7 december 2004 dat de indiase overheid 1,6 miljoen US$ heeft gereserveerd voor het tot toeristische attracties uitbouwen van boeddhistische sites in Orissa. Ook hier wordt gesproken in termen van "boeddhisme circuit", en de op te knappen plaatsen zijn Ratnagiri, Udayagiri, Lalitgiri, en Langudi. De provincie staat bij boeddhisten beter bekend als Kalinga, de streek die de Mauriya-koning Asoka in ongeveer 256 vóór de westerse jaartelling met militair geweld onder zijn gezag bracht, een slachting die hem ter plekke deed besluiten vanaf dat moment zijn gebied slechts te gaan regeren met de Boeddha-Dharma in de hand en in gedachten.(*)
Nadat koning-keizer Asoka van de Maurya-dynastie boeddhisme had gevestigd in ook Orissa(1), was het pas onder de Pala-dynastie dat boeddhisme in die streek serieus gezicht kreeg. De vroegste uit Orissa stammende boeddhistische manuscripten, die uit de Mauriya, resp. Asoka-periode, waren geschreven in wat men noemt "Pali-Prakrit". Er is een pagina waarnaar een doorklikje hier niet werkt; probeer het s.v.p. zelf even: www.geocities.com/interlingueae/pali.html. Het bijschrift bij het plaatje zegt: "in scrittura thai". Trekt u zich daar niets van aan; het is "scrittura pali". Op dit moment is Pali de heilige taal van het huidige Zuidelijke theravāda-boeddhisme.
De Pala-dynastie (Pala, niet te verwarren met pali, betekent beschermer) had ooit Bengalen verlost uit de chaos waarin die streek was vervallen na de dood van koning Shashanka. Deze Pala-dynastie, in 750 gesticht door Gopala, werd ca. 770, toen Dharmapala aan de macht was, naar het noorden verdreven en vestigde haar hof in Orissa van waaruit ze geleidelijkaan een groot deel van noord-India onder controle kregen. Ook deze dynastie was geen lang leven beschoren. In feite heeft Orissa zich telkens weer met kracht teweer gesteld tegen van buiten de streek komende overheersing.
De Palas waren boeddhist, maar in contact met een tantrische vorm van Hinduïsme ontwikkelde zich onder hun bewind een boeddhistische vorm van tantra. Deze vorm is via China en Nepal naar Tibet verhuisd en heeft in dat laatste land typisch regionale karakteristieken gekregen. De beeldhouwwerken op de restanten van tempels en kloosters doorheen Orissa doen verslag van een typisch 'Orisaanse' vorm van boeddhisme.
Nadat in de elfde eeuw de kloosteruniversiteit van Nalanda in het nabijgelegen Bihar was verwoest, een instituut dat als een boeddhistische penwortel in de Indiase samenleving was geworteld en alle sinds Boeddha's overlijden ontstane Dharma-interpretaties bij elkaar had gehouden, verdween boeddhisme uit Orissa en werd tot de 14de eeuw vervangen door het hinduïsme. Dan verovert sultan Shams al-Din gebiedsdelen waaronder Orissa(2). In zijn "The Temple-goers" schrijft Aatish Taseer hoe op de muur van de Parsurameswar-tempel de leeuw, die het hinduïsme representeert, dominant gebogen staat over de knielende olifant, symbool van het boeddhisme. De Parsurameswar moet dus gebouwd zijn tussen de late 11de eeuw en de 14de.
Onderzoeker Rajendralala Mitra meent dat de naam Orissa afgeleid is van Odra-deśa, het land van de Odras of Udras.
(1) Op het rots-edict Nb13, op de Dhammika-stūpa te Sarnath, op de plek waar Boeddha zijn tweede Leerrede gaf, de Leerrede over de Niet-zelf Kenmerken (Anatta-lakkhana Sūtta), liet Asoka de volgende tekst inbeitelen:
"Hij die Geliefd is bij de Goden [Devanámpiya], koning Priyadarsi (of Piyadasi), veroverde Kalinga acht jaar na zijn kroning. Honderdvijftigduizend werden er gedeporteerd. Honderdduizend werden er gedood, en vele anderen stierven [door andere oorzaken]. Nadat de Kalingas waren overwonnen voelde Devanámpiya een sterke neiging tot de [Boeddha-] Dharma, voelde hij genegenheid voor de Dharma en voor instructie in de Dharma. Nu heeft Devanampiya diep berouw over het overwinnen van de Kalingas."
Daar moet bij bedacht worden dat het schrijven van edicten, ofwel voorschriften aan de bevolking, Asoka met de paplepel was ingegoten. Een vriend en medestander van opa Tsjandra-goepta (Chandragupta), Kawtíli-ja (Kautilya) was de auteur van de
árta-sjastra (arthashāstra) geweest, het handboek Openbare Administratie.
(2) Richard M. Eaton, "The Rise of Islam and the Bengal Frontier", Berkeley 1993.