Uit het archief van www.buddha-dharma.eu






INDIA






OFFICIËLE ERKENNING BOEDDHISME IN INDIA

In 1992 heeft de Indiase overheid een wetsartikel (National Commission for Minorities Act) geproduceerd waarin boeddhisme de status van zelfstandige religie, resp. levensbeschouwelijke stroming wordt toegekend; in 2004 gebeurde hetzelfde voor het Jainisme.


SANCHI, VIERING 2550 JAAR BOEDDHA-DHARMA

Op 26 november 2006 organiseerde de Indiase overheid, d.w.z. het Ministerie van Toerisme, een feestelijkheid ter ere van 2550 jaar boeddhisme. In tegenstelling tot eerdere berichten waarin werd aangekondigd dat deze feestelijkheden zouden plaatsvinden te Bodhgaya, de plaats waar Sakyamuni Boeddha Ontwaakte, werd ten leste besloten een en ander te organiseren in Sanchi, bij de grote Stūpa in de staat Madhya Pradesh.

De overheid verwachtte meer dan 50.000 bezoekers en zette daartoe een extra trein in naar het dichtsbijgelegen station. Bezoekers hoefden op die dag geen toegangsgeld te betalen.
Het persbericht meldde dat de Sri Lanka Mahabodhi Association en de Indiase overheid samen de sleutel beheren waarmee de safe geopend werd waarachter relieken opgeborgen zijn, en wel in de Chetiyagiri Vihára. Die relieken zouden die van twee belangrijke tijdgenoten van Boeddha Sakyamuni zijn, van zijn twee hoofddiscipelen Sariputta (Sariputra) en Moggallana (Maudgalyayana).
Ook hier werd een conferentie gehouden.

In de tweede eeuw voor de westerse jaartelling werd de stūpa vernield op last van koning Pushyamitra Sunga (185 - 151vC). Zijn zoon, Agnimitra, bouwde een en ander weer op, en op een grotere schaal dan voorheen.

Het komt voor dat landmark tempels, kloosters of stūpas in handen zijn van overheden die deze dan onderhouden als toeristische attracties. Het komt nergens anders dan in India voor dat overheden, en niet de tempels, boeddhistische relieken in hun bezit hebben. Ongetwijfeld valt dat te verklaren uit het feit dat boeddhisme eeuwenlang amper meer vertegenwoordigd is geweest op Indiase bodem.


De weg naar Nālandā
Op 24 december 2007 schreef Sundeep Kumar een stuk over de geschiedenis van Nālandā, niet ver van Bodhgaya, de plaats waar Boeddha Ontwaakte. Hij zegt ondermeer: "De naam Nālandā komt van het Sanskriet-woord nalam dat lotus betekent (een symbool van kennis), en van da (geven). Een ander verslag [uit de oudheid] meent dat de bodhisattva [een wezen dat een Sakyamuni Boeddha zou worden] hier ooit zijn hoofdstad had en dat hij zonder onderbreking bezig was met het uitdelen van aalmoezen, vandaar de naam Nālandā (kennis geven). [Het oorspronkelijke woord voor de hier genoemde 'aalmoezen' zal dan waarschijnlijk dharmadāna zijn geweest; het geven van de Dharma, de Leer.]
Tijdens het leven van [Sakyamuni] Boeddha, ca 500 vWJ, was Nālandā een welvarende tempelstad. Sariputra [of Sariputta], rechterhand van Boeddha werd hier geboren en overleed ook hier.
Er is historisch bewijs dat de universiteit gevestigd werd door de Gupta-koningen rond het jaar 450. Er waren slaapzalen, en daarmee was Nālandā de eerste residentiële universiteit. Er waren meer dan 10.000 studenten en meer dan 2000 onderwijzers.
(Moreland & Chatterjee gingen er in 1936 nog van uit dat het de Sailendra-dynastie was die Nālandā stichtte. Zij meenden dat deze dynastie ofwel een voortzetting was van de Srivijaya-dynastie met hoofdzetel op Sumatra, ofwel een zelfstandige, uit Indiase migranten voortgekomen dynastie was die ontstond in het huidige Maleisië, waar restanten van vestigingen die aan het boeddhisme worden toegeschreven zijn aangetroffen in Kedah, en overigens ook in Patani in Zuid-Thailand. De Sailendra (spreek: silendra) hingen het mahāyāna-boeddhisme aan. Hedendaagse onderzoekers menen zeker te weten dat het de Sailendra van Java waren die de Borobudur lieten bouwen.
(oktober 2009)

Nava Nālandā Mahāvihāra
In een bijdrage over de relatie tussen China en India, schreven Raja Mohan en P. Yadav van de Indianexpress op 5 november 2006 dat met de bouw van een nieuwe, of hernieuwde internationale universiteit in Nālandā, eertijds, van de 5de tot de 12de eeuw, dé zetel van boeddhistische studies in India, "de reconstructie van de economie van de lang verwaarloosde staat Bihar een kickstart zou kunnen krijgen, en het de staat terug zou kunnen plaatsen in het hart van een re-integrerend Azië."

Ze maakten deze opmerking in een verslag over Hu Jintao's bezoek aan India, en over een herbeleefde Reis Naar Het Westen door twee Dharma-nazaten van de monnik-pelgrim Xuanzang. De reis werd overgedaan door een monnik afkomstig van het vasteland van China, en een uit Taiwan. Ze zijn inmiddels weer thuis, maar hun tocht is gefilmd, en zal een 8 uur durende documentaire opleveren.

De tweede zondag van november 2006 ging in Singapore een internationaal seminar van start over de belangrijkste themas van de bouw van de nieuwe Nālandā-universiteit. Singapore, zeggen de verslaggevers, "gelooft dat een internationale universiteit, met centra van uitmuntende studie op de gebieden van wetenschap, religie en humaniora - die ooit in Nālandā tot bloei kwamen - het symbool kan worden van een hernieuwde culturele energie in Asia, tesamen met haar wijd en zijd bewonderde materiële welvaart."

Het Nava Nālandā Mahāvihāra-project is een samenwerkingsverband van China en India, maar, zegt het tweetal, "hoewel het project goede steun ontvangt van de kant van Azië's leiders, zal de geweldig grote som geld pas binnenkomen zodra India geloofwaardig kan maken dat het in achterstand verkerende Bihar inderdaad het gastheerschap over zo'n internationale onderneming aan kan." Om dat te vergemakkelijken is een senior economist uit New Delhi, N. K. Singh, op het project gezet. Deze is zich er van bewust dat de bouw van deze internationale universiteit "onderdeel moet worden van een Bihar-infrastructuur op ieder denkbaar gebied."
Op 24 december 2006 meldde Calcutta News dat de Japanse "Bank of International Co-operation" wil investeren in het opknappen en asfalteren van 320 km weg in Bihar. Februari 2007 was de einddatum waarop een "feasibility report" ingediend zou moeten zijn. In 2007 werd inderdaad besloten het project doorgang te laten vinden met de econoom Amartya Sen als hoofdbestuurder. De stuurgroep die de bouw en het onderwijsprogramma van Nava Nālandā Mahāvihāra moet uitvoeren kwam in november/december 2007 opnieuw in Singapore bijeen.

India Times had op 14 november 2008 een gesprek met Ravindra Panth die vice-kanselier is van de Nava Nālandā Mahā-vihāra.
In het gesprek werd duidelijk dat Nava Nālandā inmiddels van start is gegaan, en op dat moment 340 studenten had waarvan 60% uit India en de rest uit omliggende landen. Het curriculum omvatte op dat moment de studies van de talen Pali en Sanskriet, en boeddhistische filosofie.
Het museum van Patna, ook in Bihar, bezat, zegt de geïnterviewde, een aantal opvallende manuscripten waarvan een aantal chinese, op rijstpapier gecalligrafeerde, die in 1957 door Chou-en-Lai werden geschonken aan Pandit Nehru. Het voornemen was deze naar Nava Nālandā te transporteren zodra de faciliteiten in een van de hallen gereed zouden zijn.
Een van de projecten die in 2008 op stapel was gezet is het samenstellen van een woordenboek Pali-hindi. Het zullen waarschijnlijk woordenboeken worden, omdat tot november 2008 toe alleen al de opgenomen woorden die met de letter a beginnen in de 7500 liepen.

De volgende Algemene Vergadering van het Indiase parlement zal een wetsvoorstel behandelen waarmee de status van Nalanda zal worden vastgelegd in een wetstekst. Dit werd op 9 juli 2010 bekendgemaakt. De direct betrokken minister van "Union Information and Broadcasting" heeft een bedrag van Rs 1005 crore opzijgezet. Een crore is 10 miljoen. De universiteit, zo zegt de aankondiging, wordt een publiek-private onderneming waar de volgende vakken zullen worden onderwezen: Buddhist Studies, Philosophy and Comparative Religions; Historical Studies; International Relations and Peace Studies; Business Management in relation to Public Policy and Development Studies; Languages and Literature; and Ecology and Environmental Studies.


KESARIA STOEPA

ANI liet op 9 juli 2008 weten dat omwonenden en pelgrims hebben geklaagd over de slechte staat waarin de Kesaria-stoepa en andere antieke monumenten in de noordindiase staat Bihar verkeren.

De Kesaria-stoepa mat voor een aardbeving in 1934 nog 169 voet hoog. In 1998 was die hoogte gereduceerd tot iets meer dan 104 voet.

De Kesaria-stoepa zou na het overlijden van Boeddha als denkmaal zijn opgericht door de Licchavi (litsjávi). De Licchavi die Boeddha verschillende malen in hun hoofdstad Patna, toen Pataliputra, hadden ontvangen, waren een van de acht partijen die onmiddelijk na diens overlijden en crematie een deel van Boeddha's relieken kregen, en wel de haarresten — kesa (spreek: keesa) betekent haar.
De monnik-pelgrim Xuanzang meldt de Kesaria-stoepa in zijn reisverslag.

Het verhaal gaat dat Boeddha, toen nog bodhisattva, hier langs kwam op zijn weg naar Bodhgaya waar hij de laatste hindernis vóór zijn Ontwaken zou nemen. Het verhaal gaat ook dat hij op die tocht zijn aalmoezenkom aan de dorpsbewoners zou hebben geschonken. Het museum van Patna heeft een kom waarvan gezegd wordt dat het Boeddha's pattra was. Of een gemiddeld aalmoezenvat in die tijd de ronde vorm heeft die we vandaag binnen de boeddhistische monniken- en nonnen-gemeenschap kennen, of eerder de emmertjes-vorm die de hindu-asceet gebruikt, weten we niet. Of Patna's kom ook echt de echte is ....

De canonieke werken zeggen dat Boeddha op een gegeven moment bijna uitgehongerd aankwam te Bodhgaya, op de plek waar hij verlichting zou bereiken. Het verhaal over Tapussa en Bhallika toont Boeddha's rigoureuze geestesinstelling: nog liever eet ik nooit meer dan dat ik nu het Weten niet zal bereiken. Aangekomen langs de oever van de Nerànja-rivier ontving hij van de vrouw Soedjaata, die aan de overkant van de rivier woonde, een kostbare kom vol met het meest voedzame voedsel. Nadat dit voedsel op was, zegt de canon, zette hij deze kom op de stroom van de rivier en liet hem wegdrijven ... het Weten was er nog steeds niet (teruggeven van een cadeau wordt in Azië gezien als het opzeggen van de vriendschap). De nacht van Ontwaken volgde onmiddellijk daarop.
Pas enige tijd na Boeddha's Ontwaken waren het de kooplieden Tapussa en Bhallika die een viertal kommen met voedsel aanboden, die Boeddha in elkaar plaatste en voor de rest van zijn leven meedroeg — en soms door een leerling-monnik liet dragen zoals dat staat in het verhaal hoe Ānanda zijn attendant werd.