Uit het archief van www.buddha-dharma.eu






KUMARAJIVA

De zijderoutemonnik en belangrijkste van de vroege vertalers in China
Deel Twee

In 401 wordt Kumārajīva dan naar Xian (Ch'ang-an) gebracht. Daar vertaalt hij "meer dan 300 rollen" (H. p.66). Hij wordt door latere generaties herdacht als "een van de vier zonnen" van het chinese Boeddhisme. Na zijn crematie in 412 of 413 zou zijn tong redelijk ongeschonden uit de as zijn gehaald(S. p. 419b), hetgeen betekent dat men hem als groot spreker wilde herinneren.



Ceremonie in een van de tempels in Xian
Het is Kumārajīva geweest die vuistregels voor het vertalen van canonieke werken naar het chinees heeft vastgelegd. Zo veranderde hij het voorheen gebruikte wu, leeg, niet-zijn, door kung of kong(1), het leeg zijn van iets, afwezigheid van entiteit. Hij was het ook die, naast de aanduiding Fo, Boeddha, letterlijk: niet-mens, Rulai, de Zo Gekomene of Zo Gegane (Boeddha) steviger vestigde dan voorheen het geval was.

Kumārajīva's belangrijkste werk betrof het vertalen van de werken van de 1ste-2de eeuwse monnik-geleerde Nāgārjuna (ca 150-250), en hij hervertaalde de Lotus Soetra.
Onder invloed van Nāgārjuna's denken herhaalde hij dat de Waarheid niet in woorden te vangen is.
Ook had hij correspondentie met de gemeenschap die op de berg Lushan verbleef, maar de verschillen tussen de grote geleerdheid van Kumārajīva en de opvattingen van Tao-An(2), de abt van de Lushan-tempel, leidden niet echt tot doorbraken in de ene of de andere richting.(h. p.69)

Wanneer de latere Tendai- en Nichiren-stromingen van het japanse Boeddhisme zeggen dat de Lotus Soetra de laatste en meest verheven soetra is geweest die Sakyamuni Boeddha predikte, dan baseren deze stromingen zich op de inzichten van Kumārajīva.

De geleerde T'ang yung-t'ung gaf in vier punten weer waar Kumārajīva voor stond:
1/ Kumārajīva was een Madhyāmikan zoals dat heet,
2/ hij verwierp de Sarvāstivāda-stroming waarmee hij was opgegroeid, (zoals Xuanzang later ook het Kleine Voertuig verruilde voor het Grote),
3/ (Ondanks het feit dat hij een Madhyāmikan was, en dus de theorie rond het Opslagbewustzijn aanvaarde,) verwierp hij de voor-boeddhistische theorieŽn rond de "ziel",
4/ Kumārajīva was het die als eerste duidelijk maakte dat het Sanskriet-begrip "ledigheid" niet "nietsheid" betekende (H. p. 71-75); zie daarvoor bovenstaande woorden over wu en kung. Daarmee maakt hij een eind aan wat ch'ing t'an, duistere spraak, werd genoemd.(T.p.57 e.v.).

Een van de werken die Kumārajīva dan verder nog vertaalt is een verhandeling door de monnik Harivarman. Het werk heet Satyasiddhishastra (satja siedie sjastra). Het wordt omschreven als een Kleine Voertuig-gedachtengang, maar ook als een goede brug tussen de vroege Dharma-opvattingen van het Kleine Voertuig en het latere Grote. Tegelijkertijd is het een aanval op de Abhidharma waarover op pagina een al werd gesproken. Kumārajīva vertaalde het werk op verzoek van de heerser Yao Hsien, en eigenlijk beschouwde Kumārajīva zijn eigen voetnoten en aanwijzingen bij de door hem hervertaalde teksten als evenzovele Abhidharma-uiteenzettingen, dat wil zeggen, uiteenzettingen over het fysieke, het psychische, hoe die twee op elkaar inwerken, en hoe ze ingezet kunnen worden bij het streven naar verlichting.

Een belangrijke episode in het chinese Boeddhisme begint wanneer Kumārajīva de zogenoemde Sanlun (Drie Verhandelingen) van Nāgārjuna en zijn leerling Ńryadeva vertaalt: De Verhandeling over de Middenweg (Madhyāmika Karikā), de Verhandeling over de Twaalf Poorten (Dvadasha-dvara-shastra), en de Verhandeling in Honderd Verzen (Shata-shastra, geschreven door Ńryadeva). Het zijn basisteksten van de Madhyāmika-stroming geworden.
Als Nāgārjuna al een standpunt innam, en dat deed hij eigenlijk nooit, dan sprak hij over de Twee Waarheden, de relatieve en de absolute — die overstegen zouden moeten worden. Dat overstijgen heeft de hieruit gegroeide Sanlun-school niet altijd goed onthouden, die twee waarheden wel.

Met het aantreden van de Sanlun-denkwijze ontstaat er voor het eerst in China iets dat vandaag "lineage" genoemd wordt, een formeel of informeel doorgeven van de Dharma, of een Dharma-interpretatie van een "monnikengeneratie" op een andere. Sinds die tijd spreken we in termen van Master - 'Dharma-vader', Great Master - 'Dharma-Grootvader', en Great-Great Master - 'Dharma-overgrootvader'. Die lineage-traditie is evenwel na een paar eeuwen meer gebaseerd geworden op de vraag wie iemand's wijding-meester is geweest, dan op de vraag wie een (min of meer verborgen, als in het geval van zen) Dharma-opvatting aan wie heeft doorgegeven.
Door die lineage in later eeuwen buiten het bereik van Dharma-interpretatie te houden is het mogelijk geweest, en is het nog mogelijk dat individuele monniken en nonnen een nieuwe(re) Dharma-opvatting naar voren kunnen brengen zonder beticht te kunnen worden van het veroorzaken van een schisma. Het veroorzaken van een schisma is een van de zwaarste vergrijpen die een moniaal kan plegen; het houdt definitieve uitstoting uit de gemeenschap in.

Zhiyi (Chih-I 538-597), de iets latere founding father van de chinese T'ien-t'ai-traditie, een traditie die in Japan zou voortleven als de Tendai, zou op het Sanlun-denken een uitgebreid commentaar geven. Zhiyi houdt het niet bij twee Waarheden, de relatieve en de absolute, maar stelt daar drie Waarheden tegenover: het conventionele bestaan, ofwel de relatieve waarheid, ledigheid (Skr. sunyatā), resp. de absolute waarheid, en het Midden (tussen die twee).(T. p.150 e.v.)
In die stellingname van "het Midden" wijkt Zhiyi iets af van Nāgārjuna's opvatting. De laatste zou ook dit hebben verworpen als te vaag of niet aantoonbaar.
Er moet op gewezen worden dat Kumārajīva's opvatting van "het Midden" door hem verwoord werd als de "Observatie van het Midden" die leert dat alle dingen verrijzen en verdwijnen afhankelijk van voorwaarden en condities. Zhiyi zal geprobeerd hebben een midden te vinden tussen het Midden van Nāgārjuna en dat van Kumārajīva — als daar al licht tussen zat.

In het noorden waar Kumārajīva gevestigd was, waren in zijn tijd twee andere immigrant-monniken actief: Buddha-bhadra en Dharma-priya. Deze twee legden heel veel nadruk op de formele meditatie. GeÔnspireerd door deze twee vertaalt Kumārajīva twee verhandelingen over meditatie, de Tso ch'an san-mei jing, en de ch'an fa yao chieh. (Ch'an betekent zen, en san-mei is de driehoekspositie die de meditator inneemt: twee knieŽn en het achterwerk op de grond.)
In Kumārajīva's vertaling van de Lotus Soetra komt dan ook twee keer het woord fa hua (= lotus) san-mei voor dat in het sanskriet-origineel saddharma-pundarīka-samādhi heet. In januari 2010 werd een Engelse vertalng gepresenteerd van een meditatie-handleiding door Kumārajīva. De vertaling werd verzorgd door de Benares Hindu University uit India en de Kyushu Ryukoku University uit Japan.
Bij de vertaling kon niet gebruik gemaakt worden van een verloren gegaan origineel, maar werd gewerkt aan de hand van oude vertalingen in het Tibetaans, Chinees, en Japans.

Kumārajīva overlijdt waarschijnlijk in het jaar 409, of 412 of 413 temidden van een zoveelste oorlog waarvoor tienduizenden de grote steden als Xian ontvluchtten. Het verhaal gaat dat Kumārajīva's levenloze lichaam werd gevonden, en dat men het met de eer die op dat moment gegeven kon worden heeft gecremeerd.



Verwijzingen en noten
T: P.L.Swanson, T'ien-T'ai philosophy, 1989
S: Soothill & Hodous, Dictionary of Chinese Buddhist Terms, Delhi 1937
H: Leon Hurvitz; Chih-I, Brussel 1962
L: Walter Liebenthal, Chao-Lun, Hong Kong, 1968

(1) Een anonieme essayist, schrijvend voor Richard Russel MD, schrijft in de tachtiger jaren van de vorige eeuw dat het de monnik Zhi Dun of Zhi Daolin (posthume naam) was die de term kong of kung gebruikte. Of Zhi Dun het van Kumārajīva had, of Kumārajīva van Zhi Dun is vast wel ergens bekend, maar niet hier.
(2) (312-385) www.answers.com/topic/tao-an
Zie voor een paar woorden over Tao-An (of Daoan) en zijn opvatting over wu, niets, de volgende pagina.


oktober 2007



Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.eu
www.buddha-dharma.eu is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme