LANKAVATARA SOETRA


De Afdaling op Lanka

Woordenlijst



   
De vaktermen van het Boeddhisme worden niet doorheen alle (sub-)tradities gelijk geïnterpreteerd.
De vroegste Âgama- en Pali-teksten zijn ontstaan als een reactie op de concepten die binnen de veda en de upanishads naar voren worden gebracht en waaruit het hedendaagse Hinduïsme zijn inspiratie haalt.
Alle Mahāyana-geschriften, de soetras (sūtra), zijn een reactie op de genoemde vroege Âgama- en Pali-teksten; ze zijn het er niet helemaal mee eens, ze geven er uitbreiding aan, of een andere wending.
Binnen de Mahāyana-stroming zijn de soetras over het algemeen zowel een reactie op de veda en de upanishads, als op de Âgama- en Pali-periode, als op elkaar.
Zo geeft de vroegste collectie canonieke werken waar het woord Mahāyana op van toepassing is, de Prajña-paramitā-collectie, een eerste commentaar op het in de eerdere geschriften naar voren gebrachte begrip sunyatā, dat we hier kortheidshalve vertalen met 'ledigheid'. De Lotus soetra, bijvoorbeeld, verwijst daar impliciet naar.
De Avatámsaka soetra is een impliciet commentaar op de Lotus soetra en interpreteert de termen hier en daar anders.
De Lankāvatāra soetra is voor een deel geschreven uit bewondering voor zowel de Prajña-paramitā-collectie als voor de Avatámsaka soetra, en Ashvaghosa's 'Ontwaken van Gelovig Vertrouwen in de Mahāyana' probeert een synthese van voorheen aangeboden begripsaanduidingen, maar komt dan toch uit bij een omschrijving van terminologie waar zen en Reine Land zich prettig bij voelen, maar anderen waarschijnlijk weer niet helemaal.

Het is daarom verstandig de verschillende vaktermen te interpreteren naar de tijd waarin ze in deze of gene stroming ontstonden, of binnen de context van dit of dat canonieke geschrift, en er bij te bedenken dat er altijd anderen zijn die het, op basis van weer andere teksten, anders zien.

Uitspraakregels voor vreemde woorden:
De u wordt uitgesproken als oe als in hoed: Borobudur = Boroboedoer.
De j wordt uitgesproken als dj; jātaka = djaataka.
De c, ch en cch worden uitgesproken als tsj; citta = tsjieta; chan = tsjan.



De Romeinse cijfers I, II, III, IV staan voor de respectieve hoofdstukken.




108: tkst II: 5, 6, 14, 32; IV: 65
(2-voudige) zelfloosheid: tkst II: 17, 19, tkst II-2: 22, 24
a/samskrta (het [niet] samengestelde): tkst IV: 61, 62
Abhidharma: tkst I: 1
Abhidharma Kosa: tkst 2: 10 (toel.)
abhūtaparikalpa (veronderstellen dat er een aard is): tkst III: 45
afhankelijk, voorwaardelijk ontstaan (pratitya samutpāda): tkst III: 44, 45
Akanistha: tekst: I: 1; II: 5, 14, 17
Amitābha Boeddha: tkst I: 2
an/upadisesa: tkst IV: 63
animitta: zie zonder-beelden-zijn
anutpattikadharmaksanti (zie ook ksanti): tkst I: 1, 2
Apsāras: tkst I: 1, 2
Arhat: tkst II: 9
Âsanga: Introd.; tkst II: 5; IV: 58
Asoka: tkst I: 1
āsrava/anāsrava (dat wat [niet] uitstroomt): tkst II: 17 en toelichting, 21, 38, 41 III; 42, 45; IV: 61, 63
Asvaghosa: tkst II: 7 (toel.)
atomen: tkst 1: voetnoot 9
Avatámsaka soetra: tkst I: 1, tkst 2, 3; II: 4, 7, 24, 33, 34, 39; III: 43, 52, 53, 55; IV: 65
āyatana (sferen): tkst I: 1, tkst 2; II: 10, 11, 19, 24, 25; III: 51, 57, 58
begeerte/hebzucht: tkst III: 42; III 44, 45, 47
bestaan: de introductie. Ook in Theravada en Sarvastivada
bevrijdingen, drie: tkst III: 42
Bewustzijn: II: 7 (toel.), 36; III: 42, 49
bewustzijnen: tkst I: 1; II: 7, 25; III: 42; IV: 59, 61, 63
Bodhisattva: tkst I: 1
Boeddha: tkst III: 42
Boeddhaland: tkst I: 1; II: 34; IV: 63
Boeddhanatuur: tkst III: 43
Brahma: tkst I: 1; IV: 62
citta: tkst I: 1; II: 11, 13, 17; IV: 56, 57, 61
denkproces: tkst II: 15
dharanī: tkst IV: 65
dharma/adharma: tkst I: 1, 2, 3
Dharma: tkst IV: 60
Dharmadhātu: tekst III: 43
Dharmakāya: tkst IV: 60, ook het stukje over schildertechniek op de Korea-pagina
dharma/adharma: tkst I: 3
dharmas, de 5: tkst I: 1; II: 14, 17, 24 IV: 59, 63
dharmatā (ware aard): tkst I: 1; II: 21, 22; III: 43, 57
Dharmatā-Boeddha: tkst I: 3; II: 17, 18, 22; IV: 63
dhātu (elementen): tkst I: 1, 2; II: 10, 11, 19, 24, 25, 39; III: 51; IV: 57, 58
dhyāna: tkst I: 1; II: 5, 9, 14, 32, 39; IV: 58, 62
drievoudige bevrijding: tkst III: 50
dood: tkst II: 5, tkst II: 19; III: 43
doordrenken: zie gewoontepatronen
drie gevolg-producerende oorzaken: tkt II: 10
tkst II: 38
drievoudige wereld: tkst I: 1
drievoudige bevrijding: tkst III: 50
droomgelijk: tkst III: 52
dualisme: tkst II: 9
eenderheid (samata): tkst III: 43, 45; IV: 63
eenheid (ekagra): tkst I: 3
eerste principe: tkst II: 9
eeuwig/niet eeuwig: tkst IV: 62
eeuwig: alle teksten, eeuwig-ondenkbare: tkst II-2 (toel.), tkst 20
eeuwig/niet-eeuwig: tkst IV: 62
eeuwigheids-/vernietigingsleer: tkst I: 3; II: 5; III: 48, 50
ekayāna (het Ene Voertuig): tkst II-2: 41
elementen: zie dhatu
elementen, vier grote: tkst II: 5, 68, tkst II: 5 (toel.)
energie (víriya): tkst IV: 62
Enkel-Bewustzijn: tkst I: 1; II: 11, 38; III: 45, 46, 47, 49, 50, 54, 55, 56; IV: 61
factoren: tkst II, toel. 13
Fazang: tkst II: 24, toel.
foutieve denkwijze: tkst II-2: 31, II-2: 35
garbha (schoot): tkst II: 5 (24)
gāthā: tkst I: 1
generositeit (dana): tkst IV: 62
gewoontepatronen (vāsana, doordrenken): tkst II: 7, 12, 22, 24, 25, 31, 41; III: 45, 49, 56; IV: 60, 61, 63, 64
Gezegende: Bhagavant: tkst I: 1
grens aan de realiteit (bhūtakoti): tkst II: 27; IV: 58
Groot Voertuig: tkst I: 1
haat: tkst III: 44, 47
hetu (voorwaarden): tkst II-2: 29 (toel.)
Ijing: tkst II-2: 21, tkst II-2: 24 (toel.)
Illusie (Māyā): tkst II: 10 (toel.), 35, 36, 39; III: 46, 48, 54, 56
individualiteit/algemeenheid: tkst II: 14, 18, 26
Jātaka: tkst II: 5 (36) en toel.; III: 44; IV: 63
jñāna: tkst III: 46
karma: tkst II: 5 (63) en toel., 11, 12; III: 42, 54; IV: 63
kennis: tkst IV: 57, 59, 63
knopen, de 3: tkst II-2: 38
komen en gaan: tkst III: 50, 53; IV: 57; In de Avatámsaka soetra: 1, 28-2, en boek 37 (geen doorklik voorhanden)
ksanti (geduldige verdraagzaamheid): tkst I: 1, tkst 2; IV: 62, 63
kusala: noot 11 bij tkst 2
kwalificeren: tkst I: 2
lákshana: tkst I: 1; II: 11
ledigheid (sunyatā): tkst I: 2; II: 5, 26, 27; III: 44, 45, 48; IV: 62, 63
lijden: tkst I: 2
Lokapāla: tkst I: 2
Lokāyata: tkst III: 50, 54, 55; IV: 64
Lotus soetra: tkst I: 3; II: 22, 30, 38, 41; III: 43. Ook de Tendai-traditie
Mahāmati: tkst I: 1
Mahāsattva: tkst I: 1
manas (denken): tkst I: 1; II: 11, 13, 17; IV: 56, 57, 61
manovijñana (superviserend bewustzijn): tkst I: 1; II: 11, 13, 17; IV: 56, 57, 61
Māyā: zie illusie
Mayópama (Maya-gelijk): tkst II: 11, 39; III: 42, 51
mededogen (karuna): tkst II: 11; IV: 60
Mimamsa: tkst II-2: 13 (toel.)
moraliteit (sila): tkst IV: 62
Nāgārjuna: tkst I: 1; II: 31; III: 45, 54
Neo-confucianisme: tkst I: voetnoot 29
niet-spreken:
tkst III: 43
niet-onderscheiden: tekst II-2: 27, tkst II-2: 38; alle teksten
Nirmanakāya: tkst II: 5
Nirmata-Nirmana Boeddha: tkst II: 8
niródha (uitdoving): tkst II: 5 (65); II: 19; III: 48; IV: 63
nirvāna tkst II: 3; tkst IV: 63
nirvāna: tkst II: 4, 11, 21, 26, 27, 38, 40; III: 51, 53, 54; IV: 60, 61, 62, 63
Nishyánda Boeddha: tkst II: 17, 18
Nobele Leven, drievoudige: tkst II: 14
Nyāya: tkst II: 14 (toel.), 15; III: 54
onderscheid-aanleggen (prapanca): tkst I: 1; II: 15, 18, 24, 27, 29, 30, 31, 41: III: 50, 52, 53, 55; IV: 58, 62
onderscheiding (vikalpa): tkst II-2: 30 (toel.), 31
ongeboren: Hoofdstuk II: 12; Hoofdstuk 2, deel 2 - helemaal, Hoofdstuk 2, tkst 37
Ongeborene, het: tkst III: 50, 52, 53, 54
onherroepelijke overtreding (parájika): tkst III: 42
onvoorstelbare transformatie-dood: tkst II: 41; III: 43
onwetendheid: tkst II: 9, 10; III: 42, 43, 44, 47
oogbewustzijn: tkst II: 7
Oorspronkelijke geloften: tkst II: 14
Oorzaak: tkst II: 6
op-zijn-kop denken: tkst II: 9 (toel.)
Opslagbewustzijn: tkst I: 2, noot 6, 3; II: 5, 7, 12, 13, 21, 22, 31; III: 48, 49; IV: 58, 61
paramartha (hoogste realiteit): tkst II: 9, 30, 31; III: 45
Paramiti: tkst II: 26
paratantra (aard afhankelijk van iets anders): tkst I: 1; II: 27; IV: 59
paravrti (ommekeer, revolutie): tkst I: 1, noot 30; II: 5, 21, 41; III: 42, 45, 46, 47; IV: 60, 62
parikalpita (aard die maar verbeeld is): tkst I: 1; II: 27; III: 48; IV: 59
Parinirvāna: tkst II: 33
parinishpanna: tkst I: 1; II: 27; IV: 59
passies, 108: tkst II-2: 5 (toel.); III: 42, 43, 44; IV: 63
prajñā: tkst I: 1; III: 46; IV: 57, 62
prakrti: tkst II-2: 32
pratityasamutpāda (afhankelijk, voorwaardelijk ontstaan): tkst II-2: 34 (toel.)
pratyāya (condities): tkst II-2: 29
Pratyeka Boeddha: tkst I: 1
principe: tkst IV: 57
Rákshasha: tkst I: 1
Rāvana: Hfdst. 1
relatief weten: tkst I: 1
relatieve standpunten / vlak: tkst II-2: 34 (toel.), 35
Resultaats-Boeddha (Sambhogakāya):
tkst II: 5
samādhi: tkst I: 1, 2; II: 19, 22, 31, 35, 41; III: 42; IV: 56, 58, 59, 61
Samantabhadra: tkst II-2: 34 (toel.), 39; III: 50; IV: 56
samāpatti: tkst I: 2; II: 13, 38; IV: 59, 60
samathā: tkst II: 5
Samboghakāya-Boeddha: zie Resultaats-Boeddha tkst II, 5
samenleven: tkst III: 50
samsāra: tkst II: 7 (toel.), 24, 26
Sánkhya: tkst II: 10 en tkst II-2: 37; III: 42, 51, 54, 55
sásana: tkst II: 5 (51)
Schepper (eeuwig-ondenkbare): tkst II-2: 20, 27, tkst II-2: 35 (toel.)
schisma:
tkst III: 42
skandhas (5 Groepen van Hechten): tkst I: 3, noot 5; II: 10, 11, 19, 24, 25, 29, 31, 39; III: 42, 43, 45, 51; IV: 57, 58, 61
Solitaire, het (vivikta): tkst II-2: 39; III: 47, 53, 54, 56; IV: 57
Srávaka: tkst I: 1
stadia: tkst I: 2
substantie: tekst II-4 (toel.), tkst II: 5, tkst 7 (toel.)
Súgata: tkst I: 1
sunyatā: zie ledigheid
Surángama soetra: tkst I: 1; II: 7, 26, 41; III: 46
svabhāva: tkst I: 1; II: 11, 24, 27, 31; IV: 59
Tathāgata: tkst I: 1, 2; II: 11, 14, 22; III: 52, 53, 56; IV: 60; Word in picture-blog
Tathāgatagarbha: tkst IV: 58, 61, 63
tatthatā: tkst II-2: 20
teruggetrokkenheid (viveka): tkst III: 42
tetralemma: tkst II-2: 31; III: 49, 51, 52; IV: 56, 57
tien richtingen: tkst I: 2
tien krachten: tkst I: 1
Toehoorders: tkst II: 5 (toel.), 22
transformatie-dood: tkst II: 41
transformatie-lichaam: tkst II:5 e.v.; III: 42, 47; IV: 63
Transformatie-Boeddha: tkst I: 1, 3; II: 5, 31; IV: 63
transformeren/getransformeerd: tkst I: 1; II: 35; III: 47; IV: 63
Túshita: tkst II: 8 (toel., zangen uit), II: 14
tussen-bestaan (antarabhava):
tkst IV: 62
tweevoudige dood: tkst III: 43
universele vriendelijkheid (maitri): tkst II: 22, tkst II-2: 38 (toel.); IV: 64
upāya (vlotte en vaardige middelen): tkst II: 5 (toel.), tkst II: 11, 36; III: 45, 47, 49
Vairócana Boeddha: tkst I: 2; V-soetra: tkst I: 3
Vaishéshika: tkst II-2: 37; III: 51, 54
van moment-tot-moment: tkst II: 5 en toelichting III: 44; IV: 58, 61, 63
vāsana: zie gewoontepatronen
Vasubhandhu: tkst IV: 58
Vedas: tkst I: 1
verblijfplaats: tkst II: 5, en toel., 25; III: 54
vergankelijkheid: tkst III: 55
verlangen: tkst II: 4 (toel.)
vidyā: zie Weten
vier vormen van uitleg: tkst II: 37
vier proposities: tkst II-2: 31 (toel.)
vijf dharmas: tkst I: 1
Vijf Groepen van Hechten: zie skandhas
vijñana: tkst I: 1; II: 7, 12, 24; III: 46
vínaya: tkst IV: 62
vivéka: zie teruggetrokkenheid
vlot, het: tkst II, 14 (toel.)
Voertuig: tkst II: 5; III: 42; IV: 56
voorwaarden/condities: tkst II: 8
vragen: tkst II: 5, (toel. 16)
wereld-van-objecten: tkst I: 1; II: 9; III: 42, 45, 46
Weten (jñāna resp vídya, zien): tkst II: 4, tkst II: 5 (toel); III: 43, 46, 49; IV: 57; IV: 57
Wijsheid, Juiste: tkst III: 48; IV: 57
Wijsheid, Nobele (3 aspecten): tkst II: 6
wilslichaam: tkst III: 42
woorden: tkst III: 53
Yaksha: tkst I: 1
Yin-shun: tkst I: 3, noot 4; IV: 58
zelf-aard: tkst I: 1, noot 8; II: 8, 17, 20, 33; III: 48
zelf-realisatie: tkst II: 5, 6; tkst II-2: 20, tkst II-2: 33; III: 49
Zelf-Verlichtten: tkst II: 22
zelfloosheid: tkst II: 5, tkst II: 17 (tweevoudige), tkst II-2: 22, 24 (tweevoudige)
zes bovennatuurlijke vermogens: tkst I: 1
Zhiyi: tkst III: 52. Ook de Tendai-traditie
"zo-is-het" (yathābhutá): tkst II-2: 32
zoheid (tathatā): tkst II-2: 23 (134), 32; IV: 59
zonder-beelden-zijn: tkst II: 5, 6, 17, etc.; III: 46, 47, 48, 53; IV: 59
zuivering: tkst II: 17 (van geest)

Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.eu
www.buddha-dharma.eu is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme