Uit het archief van www.buddha-dharma.eu






NEPAL








2004:
Sinds de Lumbini Trust zo'n 25 - 30 jaar geleden het park, dat laat 19e eeuw werd aangewezen voor wat het nu is, tot ontwikkeling probeerde te brengen, onder aanvankelijk grimmige materiële omstandigheden, is het over de vraag of Lumbini nu echt de geboorteplaats van Boeddha is niet meer stil geweest.
Westerse archaeologen hebben aan het eind van de twintigste eeuw onder aanhangers van een Lumbini dat juist over de grens op indiaas gebied zou liggen voor een mini-opstand gezorgd toen ze hun bevindingen publiceerden die inhouden dat Kapilavastu, Boeddha's vaderstad, en daarmee het nabijgelegen park met zijn "tank", een regenwater-reservoir, op Nepalees grondgebied ligt.
Indiase oudheidkundigen zeggen al jaren dat Lumbini gezocht moet worden op een plaats iets oostelijker, en net aan de indiase zijde van de grens. Zij zijn het geweest die met de meest in het oog springende protestacties dreigden na het bekend worden van dit Kapilavastu-onderzoek waarbij de stadsomwalling zou zijn gevonden.

Oudheidkundigen uit Orissa, een staat in het Zuidoosten van India, waren en zijn het noch met de aanduiding van het Nepalese, noch met die van het noord-Indiase Lumbini eens.
Om zaken nog gecompliceerder te maken publiceerde T.A. Phelps* uit de U.K. nog weer een andere mening.

De vraag zoals ze nu wordt behandeld berust bijna uitsluitend op de naam Lumbini: Komt die naam van Rumindei, een plaats in de Nepalese Terai (de zuidelijke vlakte), of is ze afgeleid van Lembei, een verdwenen plaatsje nabij Kapileshwar in de staat Orissa. De voorstanders van de Lembei-oplossing voeren aan dat ergens geschreven staat dat Boeddha daar in de plaatselijke tank gebaad heeft, en dat hij dat deed om zijn eerste bad als pas geborene te gedenken. Een dergelijke manier van interpreteren is goed voorstelbaar in een land waarin mensen zich, als religieuze praktijk, in bijvoorbeeld de Ganges onderdompelen. Baden in die tank te Lembei zou dan in dat rijtje passen. Daar Boeddha echter herhaaldelijk - vastgelegd in de Pali-canon - de gedachte aan de effectiviteit van symbolische onderdompelingen van de hand wees, kan dit geen indicatie zijn voor Lembei als zijn geboorteplaats. We vinden in diezelfde Pali-canon andere plaatsen waar Boeddha een bad nam in de plaatselijke tank, bijvoorbeeld in Vaishali (Vesali), met geen andere intentie dan persoonlijke hygiëne.
Niettemin zouden de voorstanders van Lembei als Boeddha's geboorteplaats een niet zo goed begrepen passage uit het begin vijfde-eeuwse reisverslag van Fahien/Faxian (spreek faa zjčn) in gedachten kunnen hebben. Daar wordt de legende herhaald die zegt dat Boeddha drie maanden in een hemelse sfeer verbleef om daar zijn overleden moeder en het overige gezelschap te onderwijzen. Faxian vertelt dan dat Boeddha, ergens in zuidoost-India, weer terug naar de aarde kwam en daar een bad nam.

De algemene opvatting is dat Boeddha overleed in Kushinágar of Kushinára. Zijn laatste voetreis begint in Vaishali (Bihar) en eindigt in Kushinara (Uttar Pradesh), enkele tientallen kilometers van de huidige grens tussen India en Nepal. Wat was er dan in of voorbij Kushinara, het eindpunt van die voettocht die Boeddha's al verzwakte lichaam zo uitputte dat hij op het laatst bij nagenoeg iedere boom moest halthouden? De annalen beschrijven in die regio geen enkel ander voorwerp van aandacht dan de plaats Kápila-vŕstu. Dat in gedachten houdend moeten we er van uitgaan dat Boeddha een laatste blik op zijn vaderstad wilde werpen, zoals hij dat ook gedaan had met zijn vertrekplaats Vaishali, een plaats waar hij graag was en node afscheid van nam. Hij heeft Kapilavastu niet bereikt, net niet.
Doorheen zijn lange leven als rondreizend religieus leraar had Boeddha een perfecte terrein-kennis; hij wist hoe hij reizen moest om op deze of gene bestemming aan te komen, ook daarvan vinden we in diezelfde Pali-canon frapante voorbeelden.
Daarom, zou Lembei Boeddha's geboorteplaats zijn geweest, dan zou er, zouden we even aannemen dat Kapileshwar nabij Lembei het oude Kapilavastu is, een Kushinara in de buurt moeten liggen, hetgeen tot nu toe niet is aangetoond.
Eigenlijk zou een verwijzing naar de Pabba(d)já soetta al voldoende moeten zijn.

Ondertussen laat de boeddhistische wereld het wat deze vraag betreft erbij. Strijdende partijen hoeven niet te rekenen op verhitte debatten tijdens Lumbini-conferenties. Voor een belangrijk deel van de boeddhistische wereld, voornamelijk voor Mahayanisten, is het in feite immaterieël - in beide betekenissen van het woord - of Boeddha nu hier of daar geboren werd, al zal men er uiteraard prijs op stellen te zien dat een oord waarvan de traditie zegt dat het met die belangrijke gebeurtenis verbonden is goed wordt beheerd en toegankelijk is.

Naast het promoten van Lumbini, wijst het Toerisme-Bureau ook op plaatsen als Gotihawa en Niglihawa - geboorteplaatsen van twee Boeddhas die Shakyamuni Boeddha voorgingen, op Boeddha's vaderstad Kapilavastu (nabij Tilaurakot), op Ramagrama waar relieken bewaard worden, en op Devadaha de stad waar Boeddha's moeder geboren werd. Kapilavastu, zo schrijft de bovengenoemde Faxian (Fa-Hien), was in zijn tijd al verlaten: "Er was noch een koning, noch een volk. Alles was puin en verlatenheid." Sindsdien is aan de plaats weer enig leven gegeven, maar van restanten uit de oudheid is weinig sprake.
(Zie voor * hier)
Doorstart
In 1978 werd de ICDL opgericht, het "International Committee for the Development of Lumbini". Het ICDL had als doel om de plaats Lumbini, waar Shakyamuni Boeddha geboren werd, tot ontwikkeling te brengen als een oord voor boeddhistische instituties zoals kloosters, tempels en andere pelgrimsfaciliteiten.
Dat was de inhoud van een toen nogal ambitieus "masterplan" waar maar weinig westerse (zeer jong en kwetsbaar) boeddhistische organisaties gehoor en inhoud aan konden geven.
Met het ICDL is het sindsdien niet echt goed gegaan, op 18 september 2005 constateerde Kantipur Online dat de organisatie op sterven na dood was. Een 16-koppig committee heeft inmiddels de zaak weer opgepakt en gaat, aangespoord door de Verenigde Naties, Lumbini nu verder ontwikkelen als een internationaal vredesoord, een "World Peace City".
Daartoe kwamen de ministers van Buitenlandse Zaken van de deelnemende landen, waaronder Nepal, Japan, India, Pakistan, Sri Lanka, Bangladesh, Indonesië, Korea, Singapore en Thailand in een vergadering bijeen. Die vergadering herdacht tevens de 60ste verjaardag van de Verenigde Naties.
Het document dat aan het eind van de eendagsconferentie werd uitgegeven legde er, naast de ontwikkeling van de City of Peace, de nadruk op dat Lumbini een "regionaal scharnierpunt" moet worden voor historische boeddhistische plaatsen, en tevens een toeristenbestemming met internationale aantrekkingskracht.




De Himalayan Times van 5 januari 2005 meldde dat op de 14e het Samyak Mahadan zou plaatsvinden. Een gebeurtenis die eens in de 12 jaar plaats vindt. Samyak betekent Goed, of Gunstig, en Mahadan is Groot, of Extensief Geven.
Het ritueel vond zoals gebruikelijk plaats te Bhuikhel in Swoyambhu (de Swayambhu-vlakte).
Bij deze gelegenheid wordt eer gebracht aan Dipánkara Boeddha, de eerst-bekende Boeddha die over aarde ging.
Bij die gelegenheid werden 100 priesters uit de Nepalese, of Newar-traditie uitgenodigd giften in ontvangst te nemen. Ze worden in de volksmond Dipánkar Boeddhas genoemd, naar de Boeddha die in het Newar-boeddhisme zo'n grote plaats inneemt.
De dag is in het hinduïsme gewijd aan God Zon (Surya), en de Tamil-gemeenschap kent het als het oogstfeest Ponggol.

Deze ceremonie is een typisch nepalese uiting, en omvat ook aspecten uit de vedische (hindu-) tijdsindeling. Zo wordt de dag georganiseerd op de dag dat de hindu-gemeenschap Maghe Sankranti, of Makara Sankranti viert, de dag waarop de zon zijn noordelijke ommegang aanvangt en het teken van de Steenbok binnengaat. Die zonnekoers wordt Oéttara-yana patha genoemd. Het binnengaan van deze nieuwe periode op de astrologische kalender valt op dat tijdstip waarop de dag even lang is als de nacht; daarna worden de dagen steeds langer. hindus offeren op die dag voedsel aan God Zon (Surya), en in Nepal neemt men een bad in een heilige rivier. De dagen waarop de zon telkens een ander sterrebeeld binnengaat markeert de vedische tijdsindeling.
Ook op die dag vierde de Tamil-gemeenschap Ponggal of Ponggol, het oogstfeest.

Eerdere beschrijvingen van de nepalese boeddhistische ceremonie van Mahadan, Groot Offeren, maken duidelijk dat dit feest voornamelijk populair is onder de nepalese zakenlieden. Mensen kwamen van heinde en ver, en koning Gyanendra was eregast.

Dipánkara Boeddha staat in de Geschriften bekend als de eerste Boeddha die ooit in mensengedaante over de wereld ging - naar de mening van het Mahayana-boeddhisme als afschaduwing van Boeddhaschap als zodanig. Daarna kwam er een serie andere Boeddhas die over aarde rondgingen, en wier "Boeddhatijdperk" (sásana) oneindig lang duurde. Na het laatste tijdperk, 2550 jaar geleden gerekend vanaf 2006, volgens het zuidelijke boeddhisme, werd Sakyamuni Boeddha, of Góótama Boeddha, of Gáútama Boeddha geboren. In dat tijdperk, dat maar een uitsnede is van de tijdloze Dharmadhātu, leven we nu, en Sakyamuni Boeddha verklaart ons de Dharma van alle Boeddhas.
Over de voorgaande Boeddhas, met uitzondering van Dipánkara, is slechts schaarse informatie voorhanden. Er zijn enkele tekstfragmenten gevonden waarvan wordt aangenomen dat dit de uitspraken van een vroegere Boeddha zijn. In fragmenten als deze ligt de basis voor de verklaring dat de verschillende Boeddhas dan wel steeds andere woorden gebruiken, aangepast aan tijd en plaats, maar in wezen telkens hetzelfde vertellen.
(Zie voor de nepalese verering van Dipánkara Boeddha onderandere: www.asianart.com/patan-museum/
en
www.nagarjunainstitute.com/articles/dipamkara_festival.htm)

Op 17 januari 2005 vond voorts, te Gana Bahal, een ceremonie plaats waarbij Newar-boeddhistische priesters het beeld van Avalokiteshvara Bodhisattva baadden. Deze gebeurtenis heet Seto Machhindranath of Janaba-dyo. Het water voor deze ceremonie werd uit verschillende streken van het land aangevoerd. Dit ritueel vormt de opmaat voor het jaarlijkse "wagen-festival" dat midden april plaatsvindt.
Ook deze gebeurtenis wordt in verband gebracht met het begin van een nieuwe cyclus waarin de regen neerdaalt.




Een fragment uit de Bodhisattva Manjushri-pagina:
Het ontstaan van de Grote Stoepa, Swayambhu Nath, in de Kathmandu-vallei in Nepal, is ten nauwste verbonden met Manjushri. De legende heeft het dat Manjushri te enigertijd over het meer vloog dat nu de vallei is geworden. In het midden van dat meer zag hij een glanzend-mooie lotus. Om deze lotus te kunnen vereren veroorzaakte hij een breuk in een van de bergwanden zodat het water wegstroomde. En op die plaats werd Swayambhu gebouwd. Hoezeer het Nepalese boeddhisme verweven is geraakt met hinduïsme wordt ook getoond door een tempel die achter Swayambhu gebouwd werd. Die tempel is opgedragen aan (de boeddhistische) Manjushri, die ook wel (de hinduïstische) Saráswati wordt genoemd, de godin van geleerdheid.

De tibetaanse Rigpa-organisatie heeft een uitgebreide Engelstalige wiki-pagina gewijd aan Swayambhunath. Het is niet dé of de enige swayambhu-interpretatie, maar het geeft alvast een indruk.




Wanneer de eind vierde-/begin vijfde-eeuwse pelgrim-monnik Faxian (of Fa-Hien) de noord-Indiase plaats Patna bezoekt, dat in de boeddhistische canon Pátaliputtra wordt genoemd, is hij getuige van een wagenfestival. Op wel vijf lagen bamboe-constructies, die op vierwielkarren door de stad worden getrokken, staan beelden van Boeddha, devas, en bodhisattvas. De Nepalese festivals zijn waarschijnlijk gekopieerd op dat in Patna.
foto Kantipur OnlineOp 17 april 2005 begon het vier dagen durend Wagenfestival in de Nepalese hoofdstad Kathmandu. De hoofdfiguur in dit festival is SETO Macchindranāth (seeto madsjíndranaat).
Er zijn in Nepal twee Macchendranāths: de rode Macchendranāth waarvan een beeld 6 maanden per jaar in Bungadyah wordt bewaard, en zes maanden in Patan. Deze Macchendranāth is zonder twijfel een hinduïstische avatar daar het beeld noch het interieur waarin het bewaard wordt gefotografeerd mogen worden. De rode Macchendranāth wordt door de een gezien als een avatar van de hindu-god Shiva, door de ander als de idem Vishnu, en door velen als een samenkomen van Vishnu en Avalokiteshvara, en de laatste dan in zijn boeddhistische betekenis. Friedrich Wilhelm (*) meldt dat Macchendranāth, of Matsyendranāth, die ook wel Mīnanāth wordt genoemd in een aantal hinduďstische yogateksten de adi-guru, de oer- of oospronkelijke leraar wordt genoemd. In de Bengaalse nāth-literatuur, zegt hij, heet hij de eerste menselijke leraar.
Het wagenfestival voor deze rode avatar wordt in juni-juli gevierd.

Van Seto Macchendranāth, de tweede, ook wel de witte genoemd, zijn fotos gemaakt in zijn schrijn, en daaruit kunnen we afleiden dat het een (deels) boeddhistisch figuur is, waarvan vandaag niemand meer precies weet wat het voorstelt, maar waarvan toch wordt uitgegaan dat het een 'vernepalisering' van Avalokiteshvara, de Bodhisattva van Groot Mededogen is. Een foto van het beeld zelf wordt getoond op de pagina van de universiteit van Ohio.

(*) "Prüfung und Initiation im Buche Pausya und in der Biographie des Nāropa", Wiesbaden 1965, p.46