Uit het archief van www.buddha-dharma.eu






DE BOEDDHALEGENDE, ZIJN GEBOORTE

Uit de Middellange predikingen (MN nr. 123), de Acchariya-abbhuta sutta
en een fragment uit de Thaise legende



De afbeelding toont moeder Maya terwijl ze geboorte geeft aan prins Siddhártha die later Sakyamuni Boeddha zou heten.
Een bas-relief uit de Kashmir-Gandhara-periode.




INTRODUCTIE BIJ DE PALI-COLLECTIE



Het levensverhaal van Sakyamuni Boeddha staat opgetekend in collecties als de Lalita Vistāra. Daarnaast zijn er in de vroegste geschriften twee plaatsen waar gesproken wordt over de geboorte van Boeddha, namelijk in de Nālaka Soetta uit de Soetta Nipāta, en in de Acchariya-abbhuta sutta uit de Middellange Predikingen van het Zuidelijke of Pali-Boeddhisme. Het voor de geboorte relevante gedeelte daarvan volgt onderstaand.

Op de afbeelding "de berg van goud" en "de berg van zilver" zoals ze per traditie op het thaise altaar staan, links- en rechtsonder van het boeddha-beeld.


INTRODUCTIE BIJ DE THAISE COLLECTIE



De komst van het boeddhisme naar het vasteland van Zuidoost-Azië — Cambodja, Laos, Vietnam, Thailand, en Myanmar — moet via zeeroutes zijn verlopen. Dat valt af te leiden uit de talen van waaruit canonieke werken, legendes en sprookjes naar bijvoorbeeld het Thais zijn vertaald. Al vrij vroeg, in de 4de-5de eeuw, werden vanuit allerlei landen koper uit het continent gehaald, wierook, aloe-hout, half-edelstenen; de Milindapañha spreekt er over. Een Indiase brahmaan, Kaundinya, huwt een Cambodjaanse prinses, en dat zou het begin van boeddhisme in Cambodja zijn geweest.
De Thaise geboortelegende waarvan hier een fragment wordt gegeven werd door Rajendralala Mitra als secundaire literatuur gebruikt bij zijn vertaling van de Lalitavistāra. Meer is er hier niet over bekend.


Het fragment

[Hier spreekt Boeddha's attendant Ānanda:]
"Heer, de Gezegende zei tegen mij: "Ānanda, wanneer de bodhisatta(1) in de Tushita-sfeer geboren wordt is hij bewust van zijn geboren worden.(2) Heer, het feit dat de bodhisatta bewust was van zijn geboren worden in de Tushita-sfeer zie ik als een wonderbaarlijke kwaliteit van de Gezegende.

[Daarop citeert Ānanda Boeddha met,]
"Ānanda, de bodhisatta verbleef een heel lange tijd in de Tushita-sfeer. Ānanda, de bodhisatta is er van bewust wanneer hij deze sfeer verlaat en in de moederschoot afdaalt.(3)
Ānanda, wanneer de bodhisatta Tushita verlaat en het moederlichaam binnengaat, verschijnt er in de sfeer van de deva(4), en in die van Māra en Brahma(5) een geweldig licht dat grenzeloos en allesovertreffend is, dat de macht van de deva overstijgt, en dat afdaalt naar het rijk van de huisverlaters(6) en de brahmanenpriesters, naar de [lagere] deva en de mensen.

verder


Het fragment

Over de droom die koningin Maya had bij het zwanger worden. De droom wordt ingeleid door een passage waarin hemelingen (deva) haar naar haar slaapvertrek begeleiden.

"Toen leidden ze haar naar een gouden paleis bovenop een zilveren berg, en ze verzochten haar zich neer te leggen op een bed, met het gezicht naar het westen gekeerd.
Toen zag ze een gouden berg waarop het Koninklijke Wezen, de komende Boeddha, voortschreed in de vorm van een witte olifant.
Die mooiste van alle witte olifanten verliet de gouden berg, kwam naar de voet van de berg van zilver, en passeerde die berg langs de noordzijde.
In zijn fraaie slurf hield hij een pas uitgekomen witte lotus.
Hij beklom de berg en trompetterde luid. Zo ging hij het gouden paleis binnen.
Hij liep driemaal rond het bed, en aan het eind van de derde ommegang zag men hoe hij haar rechterzijde binnenging en in haar schoot verdween."



Noten bij het Pali-fragment:
Dit is een van de verhalen rond de wonderbaarlijke geboorte van Boeddha. Er zijn er meerdere. Op hoofdpunten stemmen ze allemaal overeen, maar op details zijn er verschillen.
Het geboorteverhaal wordt hier door een man, Ānanda, naverteld die weinig of geen kennis van vrouwenzaken had; vrouwen zouden het anders verteld hebben. Maar in alle gevallen spreekt uit dit verhaal de diepe verering die Boeddha en de hem omringende mannen hadden voor Maya, de moeder van alle Boeddhas.

(1) Het gebruik van het woord 'bodhisatta' (bodhisattva in het Sanskriet) is een van de zeldzame plaatsen in de Pali-canon waar gesproken wordt over de aspirant-Boeddha, en alleen over de aspirant-Boeddha. Zoals op andere plaatsen in deze serie web-paginas is aangegeven heben de latere canonieke werken een andere invulling van het woord bodhisattva.

(2) Chalmers' versie van 1894 spreekt van de tushitarūpa, het Tushita-lichaam. Tushita is de naam voor een hemelse sfeer waar de komende Boeddha(s) verblijven. De thaise versie hiernaast ziet de komende Boeddha eerder bovenop berg Meru.

(3) In het geval van de geboorte van Boeddha wordt niet gesproken in termen van onbevlekte ontvangenis. Er wordt wel gezegd dat zowel het zwanger geraken van de moeder als de geboorte van het kind met buitengewone gebeurtenissen worden gemarkeerd.

(4) Devaloka, de sfeer van de hemelingen. Deva is zowel enkelvoud als meervoud. Zie de archiefpagina

(5) Māra is de Kwade of ook de dood. Brahma is in boeddhistisch perspectief een soort entiteit die boven de deva staat, een bijna oneindig leven heeft, maar geen Boeddha is, noch een 'iets' dat aan de wereld of Boeddhas geboorte geeft.

(6) Sámana.

Noten bij het thaise fragment:
1. Het gouden paleis. Er is in de indiase mythologie een opvatting die zegt dat de zon en de maan devatá zijn, hemelingen, en dat ze in een gouden, respectievelijk zilveren paleis wonen, een beetje analoog aan de kleur van het hemellichaam.
Zon = súrya in het Sanskriet. Boeddha wordt op verschillende plaatsen in de canon verondersteld af te stammen van de Zonneclan. Daarom, wanneer Maya het gouden paleis binnengaat, betreedt ze, figuurlijk gesproken, het paleis van Boeddha's voorvaderen.
Dat de godheid Indra hier ook in meespeelt wordt duidelijk wanneer we de 12de hymne uit de pré-hindu Rgveda bekijken: "Hij die de zon (surya) en de ochtend deed ontstaan, ..., hij, mannen, is Indra."


Vervolg linkerkolom
Noten bij het thaise fragment:
2. Met het gezicht naar het westen. Er is nog steeds geen antwoord op de vraag waarom de toegangspoort tot Angkor Wat in Cambodja, de hoofdzetel van de Khmer-koningen uit de oudheid, in westelijke richting zijn gesitueerd. Er wordt op gewezen dat de hindugod Vishnu, van wie Boeddha een avatar zou zijn, in verband wordt gebracht met de westelijke richting, en dat deze godheid in de beeldhouwwerken te Angkor Wat een van de belangrijkste plaatsen innam.
In een stuk over de tempels uit de oudheid in de Thaise provincie Isan wordt opgemerkt dat boven de westelijke toegangsdeur van Prasat Ta Muen een linteel is gevonden met een afbeelding van Boeddha. Ook hier wordt de connectie met Vishnu aangehaald.

3. De zilveren berg en de gouden berg. Het hinduïsme ziet de berg Kailash als de zilveren berg — dat is ook de letterlijke vertaling van de naam. Kailash in Tibet wordt door het hinduïsme en het noordelijke boeddhisme als een bijzondere plaats gezien, ieder om een andere reden. De gouden berg is de fameuze legendarische berg Meru, die in nagenoeg alle indiase mythologische vertellingen het centrum van de wereld vormt.
Met andere woorden, hier wordt Maya verondersteld te wonen op de top van berg Kailash (nog menselijk), en Meru (al bovenmenselijk) is dan de berg waarop de devatá wonen, onder wie zich de Boeddha bevindt die in de toekomst over de wereld zal gaan. In de noten bij de Pali-tekst zie we dat de komende Boeddha daar in de Tóeshita-sfeer wordt gepositioneerd, een soort hemel juist boven het mensenrijk, een deva-loka. Ja maar, zal de verhalenverteller uit het noordelijke boeddhisme zeggen, Toeshita bevindt zich op Meru.

4. De zilveren berg langs de noordzijde passeren. Ook hier zien we de invloed van met name het saivisme op het boeddhisme. De noordkant van berg Kailash vertoont, zegt de hindu, een als van nature in de rots uitgehouwen afbeelding van god Shiva die vernietigt en laat ontstaan. Door Boeddha in statu nascendi aan Shiva voorbij te laten gaan claimt de saivist dat het Shiva is die Boeddha geboorte verleent, juist zoals een van de oude handboeken van de RK-kerk het God laat zijn die Boeddha verlichting schenkt.

De beeldtaal die hier gehanteerd wordt kan alleen maar in verband worden gebracht met de religieus syncretiserende Khmer-vorsten uit de oudheid. Er wordt een mengelmoes aan voornamelijk vedische beeldspraak gehanteerd. En eigenlijk moeten we zeggen dat het bovenstaande fragment een hindu-versie is van de geboortelegende van Boeddha.
Het gouden berg-verhaal komen we ook tegen op bijvoorbeeld Wat Saket in Bangkok. Daar bevindt zich een gouden berg, een rechtsom draaiende ommegang (vakterm pradákshina), stijgend richting een stoepa op een kunstmatige berg. De boeddhist kan die gang naar boven eenmaal per jaar maken, en maakt daarbij in feite, of z/hij het nu beseft of niet, een pelgrimage naar de top van Meru, naar het summum aan wat nog menselijkerwijs voorstelbaar is.


Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.eu
www.buddha-dharma.eu is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme