HET IN BEWEGING ZETTEN VAN HET WIEL VAN DE DHARMA


Dhammacakkappavattana Sutta


Boeddha's Eerste Leerrede
opgenomen in de Samyukta Ágama- en de Samyutta Nikaya-collecties







de startpagina

de pagina over Boeddha

Boeddha's Geboorte

Het Grote Voortgaan

De Nobele Zoektocht

De onderstaande vertaling is gemaakt aan de hand van een compromis tussen twee manuscripten, de ene is een vertaling door de Pali Text Society, en de ander is een manuscript zoals dat gehanteerd wordt op Sri Lanka. U kunt het, mét de correcte diacritische tekens, vinden op www.metta.lk/tipitaka/index.html

Deze Eerste Leerrede vinden we in de Ágama-collectie van het noordelijk Boeddhisme, en in de Nikayas van het zuidelijk Boeddhisme.

Delen van het Zuidelijke Boeddhisme menen dat er aan deze Eerste Leerrede nog een voorafging, de Hemávata soetta die uitgesproken zou zijn ten overstaan van een grote menigte niet-menselijke wezens.
De Japanse Tendai-traditie, een Mahayāna-stroming, zich baserend op de indeling zoals de chinese 6de-eeuwse monnik Zhiyi die maakte, zegt dat de Avatámsaka Soetra de eerste was, en dat de Eerste Leerrede, plus alle andere redes uit de Kleine Voertuiggeschriften daar onmiddellijk op volgde.




Nadat Sakyamuni Boeddha tot Ontwaken was gekomen in dat Noordindiase retraite-oord dat bekend is geworden als Bodhgaya, zittend onder de Bodhiboom, op zijn bodhimándala of bodhimánda, zijn verlichtingszetel van 6 handjes zacht gras, overdacht Boeddha nog een paar weken lang hoe hij het Weten dat hij zojuist had verworven zou onderwijzen; welke methode en strategie hij zou hanteren.
Nadat die weg (magga of marga) was uitgestippeld maakte hij de voettocht van Bodhgaya naar Varanasi (Benares - bārānasiyam), naar het Hertenpark (migadāye) in Sarnath, in het park van de wijzen (isipatane)*.
Daar droeg hij zijn Weten over aan de vijf asceten die hem tot voor kort hadden vergezeld, en die nog steeds toegewijd allerlei ascetische praktijken (in de onderstaande tekst wordt het zelfkwelling genoemd - atta-kilamathānuyogo) oefenden om díe kennis te verkrijgen die hen zeggen zou dat er na dit leven geen nieuw worden meer zou zijn.
Boeddha zou hen vertellen wat de juiste handelwijze is om deze rivier van geboren-worden-en-sterven voor eens en voor altijd over te steken.

Dit is een van de teksten die uit het hoofd geleerd moeten worden. Daarom zijn er veel herhalingen, en wordt er gebruik gemaakt van een zekere cadans. Binnen die herhalingen zitten hele kleine tekstverschuivingen. Enerzijds brengt het reciteren van een dergelijke tekst een zekere rust, anderzijds voorkomen die hele kleine tekstverschuivingen dat we in een soort halfslaap wegzakken, en na de achtste keer de verzen automatisch reciteren onder het uit het raam staren en aan van alles denken, behalve aan waar we mee bezig zijn.
Niet alleen is zo'n tekst dus een Leerrede die we moeten onthouden, maar ze scherpt ook onze geestelijke waakzaamheid (satí) aan.


(*) De naam van het park is in het Pali: Isipátana-Migadáya.
Het Pali-woord pátana = park; het Skr.; hanteert eerder ávana
Een wijze = (Pali) isi of (Skr.): rishi
Hert is de standaard Pali-vertaling van: miga; het Skr.: mrig of mrg wordt veel wijder gegeven: 'wilde dieren'.



De Titel

Dhammacakkappavattanasutta heet het in het Pali, en Dharmachakrapravartanasutra in het Sanskriet.
Dhamma of Dharma, dat kent u inmiddels. Cakka of chakra is wiel; paváttana of pravártana is 'in beweging zetten; sutta of sutra is Leerrede, het staat voor geluid, tekst, dialoog, toespraak.
"In beweging zetten van het wiel" betekende in de Indiase oudheid dat een nieuwbakken vorst, door met zijn strijdwagen langs de grenzen van zijn rijk te rijden, symbolisch zijn territorium afbakende. Binnen de Boeddhistische context staat het voor het weer opnieuw in gang zetten van de Leer, letterlijk, de Wet.




Evam me sutam
Aldus heb ik het vernomen.
ekam samayam bhagavā bārānasiyam viharati isipatane migadāye
Eens verbleef de Heer [bhágavan] in de verblijfplaats der asceten, te Varanási, in het Hertenpark.
tatra kho bhagavā pañcavaggiye bhikkhu āmantesi:
Daar richtte hij zich tot de groep van vijf monniken [bhikkhu].
dve me bhikkhave, antā pabbajitena na sevitabbā.
Monniken, er zijn twee dingen die niet gepast zijn, niet nagevolgd moeten worden door iemand die thuisloze is geworden.
Yocayām kāmesu kāmasukhallikānuyogo hīno gammo pothujjaniko anariyo anatthasamhito,
Daar is het nastreven van zintuiglijk genot [hedonisme], dat laag is, vulgair, de weg van de wereld, niet nobel, en niet naar het doel leidend.
yo cāyam attakilamathānuyogo dukkho anariyo anatthasamhito,
En daar is het nastreven van zelfkwelling, dat pijnlijk is, niet nobel, en niet naar het doel leidend.
ete te bhikkhave, ubho ante anupagamma majjhimā patipadā tathāgatena abhisambuddhā
Deze beide wegen moeten niet begaan worden. De Middenweg is die van de Tathāgata, de Samboeddha.
cakkhukaranī ñānakaranī upasamāya abhiññāya sambodhāya nibbānāya samvattati.
Dit samenstel [samvatta] leidt tot visie, tot Weten, tot rust, tot direct, persoonlijk ervaren, tot alwetendheid [of al-wijsheid, of Verlichting], tot nirvana [nibbana].
Katamā ca sā bhikkhave,
En wat is dat [die Middenweg]?
majjhimā patipadā tathāgatena abhisambuddhā cakkhukaranī ñānakaranī upasamāya abhiññāya sambodhāya nibbānāya samvattati:
[Wat is die] Middenweg van de Tathāgata, de Samboeddha, die leidt tot visie, tot Weten, tot rust, tot direct, persoonlijk ervaren, tot alwetendheid, tot nirvana ?
ayameva ariyo atthangiko maggo seyyathīdam:
Het is het Edele Achtvoudige Pad, te weten:
sammāditthi sammāsankappo sammāvācā sammākammanto sammāājīvo sammāvāyāmo sammāsati sammāsamādhi.
Het juiste inzicht, de juiste intentie, juiste spraak, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juist aandachtig bewust zijn, en juiste samadhi [meditatie-contemplatie].
Ayam kho sā bhikkhave, majjhimā patipadā tathāgatena abhisambuddhā
Dat, monniken, is de Middenweg van de Tathāgata, de Samboeddha.
cakkhukaranī ñānakaranī upasamāya abhiññāya sambodhāya nibbānāya samvattati.
Deze leidt tot visie, tot Weten, tot rust, tot direct, persoonlijk ervaren, tot alwetendheid, tot nirvana.
Idam kho pana bhikkhave, dukkham ariyasaccam:
Dit, monniken, is de Edele Waarheid over dukkha [pijn, lijden, stress, onbevredigd zijn].
jātipi dukkhā jarāpi dukkhā vyādhipi dukkho maranampi dukkham appiyehi sampayogo dukkho piyehi vippayogo dukkho yampiccham na labhati tampi dukkham
Geboren zijn is dukkha, ouder worden is dukkha, ziek zijn is dukkha, sterven is dukkha, verenigd zijn waarmee je niet verenigd wilt zijn is dukkha, gescheiden zijn van waar je mee verenigd wilt zijn is dukkha, niet krijgen wat je hebben wilt is ook dukkha.
sankhittena pañcupādānakkhandhā dukkhā.
Dit hele samenstel, de Vijf Groepen van Hechten(1), is dukkha.
Idam kho pana bhikkhave, dukkhasamudayo ariyasaccam:
Dit, monniken, is de Edele Waarheid over het ontstaan van dukkha.
yāyam tanhā ponobhavikā nandirāgasahagatā tatra tatrābhinandinī,
Het is begeerte [of obsessies], gevoegd bij de [obsessieve] jacht naar plezierige zintuiglijke impressies, die leidt naar nu eens hier, dan weer daar wedergeboren worden.
seyyathīdam:
Als volgt:
kāmatanhā bhavatanhā vibhavatanhā.
[Daar is] begeerte naar zintuiglijk genieten, daar is begeerte naar een leven na dit leven, en er is begeerte naar niet meer voortbestaan na dit leven.
Idam kho pana bhikkhave, dukkhanirodho ariyasaccam:
Dit, monniken, is de Edele Waarheid over het uitdoven van dukkha.
yo tassāyeva tanhāya asesavirāganirodho cāgo patinissaggo mutti anālayo.
Het is het volledig ophouden, uitdoven van begeerte, het achterlaten ervan, er afstand van nemen, je er van bevrijden.
Idam kho pana bhikkhave dukkhanirodhagāminī patipadā ariyasaccam:
Dit, monniken, is de Edele Waarheid over de weg die begaan moet worden om het uitdoven van dukkha te bereiken.
ayameva ariyo atthangiko maggo, seyyathīdam:
Het is het Edele Achtvoudige Pad, te weten:
sammāditthi sammāsankappo sammāvācā sammākammanto sammāājīvo sammāvāyāmo sammāsati sammāsamādhi.
Het juiste inzicht, de juiste intentie, juiste spraak, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juist aandachtig bewust zijn, en juiste samadhi.
1/ Idam dukkham ariyasaccanti me bhikkhave
Monniken, dit is de Edele waarheid over dukkha.
pubbe ananussutesu dhammesu cakkhum udapādi ñānam udapādi paññā udapādi vijjā udapādi āloko udapādi.
Met betrekking tot die Dharma die voorheen niet geweten werd was er nu visie, Weten, rust, direct, persoonlijk ervaren, alwetendheid, nirvana.
Tam kho panidam dukkham ariyasaccam pariññeyyanti me bhikkhave,
Monniken, er is deze Edele Waarheid: dukkha zou ten volle begrepen moeten worden.
pubbe ananussutesu dhammesu cakkhum udapādi ñānam udapādi paññā udapādi vijjā udapādi āloko udapādi.
Met betrekking tot die Dharma die voorheen niet geweten werd was er nu visie, Weten, rust, direct, persoonlijk ervaren, alwetendheid, nirvana.
Tam kho panidam dukkham ariyasaccam pariññātanti me bhikkhave,
Monniken, er is deze Edele Waarheid: dukkha is [door mij] ten volle begrepen.
pubbe ananussutesu dhammesu cakkhum udapādi ñānam udapādi paññā udapādi vijjā udapādi āloko udapādi.
Met betrekking tot die Dharma die voorheen niet geweten werd was er nu visie, Weten, rust, direct, persoonlijk ervaren, alwetendheid, nirvana.

2/ Idam dukkhasamudayo ariyasaccanti me bhikkhave
Monniken, dit is de Edele Waarheid over het ontstaan van dukkha.
pubbe ananussutesu dhammesu cakkhum udapādi ñānam udapādi paññā udapādi vijjā udapādi āloko udapādi.
Met betrekking tot die Dharma die voorheen niet geweten werd was er nu visie, Weten, rust, direct, persoonlijk ervaren, alwetendheid, nirvana.
Tam kho panidam dukkhasamudayo ariyasaccam pahātabbanti me bhikkhave,
Monniken, er is deze Edele Waarheid: dukkha zou volledig achtergelaten moeten worden.
pubbe ananussutesu dhammesu cakkhum udapādi ñānam udapādi paññà udapādi vijjā udapādi āloko udapādi.
Met betrekking tot die Dharma die voorheen niet geweten werd was er nu visie, Weten, rust, direct, persoonlijk ervaren, alwetendheid, nirvana.
Tam kho panidam dukkhasamudayo ariyasaccam pahīnanti me bhikkhave,
Monniken, er is deze Edele Waarheid: dukkha is [door mij] volledig achtergelaten.
pubbe ananussutesu dhammesu cakkhum udapādi ñānam udapādi paññā udapādi vijjā udapādi āloko udapādi.
Met betrekking tot die Dharma die voorheen niet geweten werd was er nu visie, Weten, rust, direct, persoonlijk ervaren, alwetendheid, nirvana.

3/
Idam dukkhanirodho ariyasaccanti me bhikkhave
Monniken, dit is de Edele Waarheid over het uitdoven van dukkha.
pubbe ananussutesu dhammesu cakkhum udapādi ñānam udapādi paññā udapādi vijjā udapādi āloko udapādi.
Met betrekking tot die Dharma die voorheen niet geweten werd was er nu visie, Weten, rust, direct, persoonlijk ervaren, alwetendheid, nirvana.
Tam kho panidam dukkhanirodho ariyasaccam sacchikātabbanti me bhikkhave,
Monniken, er is deze Edele Waarheid: dukkha zou volledig gerealiseerd [geweten] moeten worden.
pubbe ananussutesu dhammesu cakkhum udapādi ñānam udapādi paññā udapādi vijjā udapādi āloko udapādi.
Met betrekking tot die Dharma die voorheen niet geweten werd was er nu visie, Weten, rust, direct, persoonlijk ervaren, alwetendheid, nirvana.
Tam kho panidam dukkhanirodho ariyasaccam sacchikatanti me bhikkhave,
Monniken, er is deze Edele Waarheid: dukkha is [door mij] volledig gerealiseerd [geweten].
pubbe ananussutesu dhammesu cakkhum udapādi ñānam udapādi paññā udapādi vijjā udapādi āloko udapādi.
Met betrekking tot die Dharma die voorheen niet geweten werd was er nu visie, Weten, rust, direct, persoonlijk ervaren, alwetendheid, nirvana.

4/
Idam dukkhanirodhagāminī patipadā ariyasaccanti me bhikkhave
Monniken, dit is de Edele Waarheid over het Pad dat begaan moet worden naar de volledige uitdoving van dukkha.
pubbe ananussutesu dhammesu cakkhum udapādi ñānam udapādi paññā udapādi vijjā udapādi āloko udapādi.
Met betrekking tot die Dharma die voorheen niet geweten werd was er nu visie, Weten, rust, direct, persoonlijk ervaren, alwetendheid, nirvana.
Tam kho panidam dukkhanirodhagāminī patipadā ariyasaccam bhāvetabbanti me bhikkhave,
Monniken, er is deze Edele Waarheid: de waarheid omtrent het Pad dat begaan moet worden naar de volledige uitdoving van dukkha zou gecultiveerd [verinnerlijkt] moeten worden.
pubbe ananussutesu dhammesu cakkhum udapādi ñānam udapādi paññā udapādi vijjā udapādi āloko udapādi.
Met betrekking tot die Dharma die voorheen niet geweten werd was er nu visie, Weten, rust, direct, persoonlijk ervaren, alwetendheid, nirvana.
Tam kho panidam dukkhanirodhagāminī patipadā ariyasaccam bhāvitanti me bhikkhave,
Monniken, er is deze Edele Waarheid: de waarheid omtrent het Pad dat begaan moet worden naar de volledige uitdoving van dukkha is [door mij] volledig gecultiveerd [verinnerlijkt].
pubbe ananussutesu dhammesu cakkhum udapādi ñānam udapādi paññā udapādi vijjā udapādi āloko udapādi.
Met betrekking tot die Dharma die voorheen niet geweten werd was er nu visie, Weten, rust, direct, persoonlijk ervaren, alwetendheid, nirvana.
----
Yāvakīvañca me bhikkhave, imesu catusu ariyasaccesu evam tiparivattam dvādasākāram yathābhūtam ñānadassanam na suvisuddham ahosi,
Monniken, zolang ik niet in wijsheid zag, zoals het was, dat er drie omwentelingen(2) zijn, en twaalf aspecten(3), zolang ik niet die Vier Edele Waarheden zag, had ik niet de zuivere Bevrijding.
neva tāvāham bhikkhave, sadevake loke samārake sabrahmake sassamanabrāhmaniyā pajāya sadevamanussāya anuttaram sammāsambodhim abhisambuddho paccaññāsim.
Monniken, toen had ik nog niet de claim dat ik in deze wereld [loke] met zijn hemelingen(4), zijn Mārās(5), zijn Brahmas(6), zijn sāmanas(7) en brahmins(8), zijn prinsen, goden en mensen, het onovertroffen Boeddhaschap had bereikt, een Meest Verheven Boeddha was geworden.
Yato ca kho me bhikkhave, imesu catusu ariyasaccesu evam tiparivattam dvādasākāram yathābhūtam ñānadassanam suvisuddham ahosi,
Maar, monniken, vanaf het moment dat ik wel in wijsheid zag, zoals het was, dat er drie omwentelingen zijn, en twaalf aspecten, zodra ik die Vier Edele Waarheden zag, had ik de zuivere Bevrijding.
athāham bhikkhave, sadevake loke samārake sabrahmake sassamanabrāhmaniyā pajāya sadevamanussāya(9) anuttaram sammāsambodhim abhisambuddho paccaññāsim.
Monniken, toen had ik terecht de claim dat ik in deze wereld met zijn hemelingen, zijn Mārās, zijn Brahmas, zijn sāmanas en brahmins, zijn prinsen, goden en mensen, het onovertroffen Boeddhaschap had bereikt, een Meest Verheven Boeddha was geworden.
Yāvañca pana me dassanam udapādi akuppā me cetovimutti,
Toen wist ik, zag ik: de bevrijding van mij hart [gemoed] is onbetwistbaar.
ayamantimā jāti natthidāni punabbhavoti.
Dit is mijn laatste geboren zijn; er is hierna geen worden meer.
Idamavoca bhagavā
Zo sprak de bhagavā.
attamanā pañcavaggiyā bhikkhū bhagavato bhāsitam abhinandunti.
De groep van vijf monniken verheugde zich over de woorden die de bhagavā had gesproken.




noten:
(1) De Vijf Groepen van Hechten (pañcupādānakkhandhā) zijn lichaam, voelen of ondervinden, bewustzijn, perceptie, en samenstellen in de geest.
(2) tiparivattam. Aangenomen wordt dat dit verleden, heden en toekomst zijn. Maar er is ook een theorie die zegt dat de Vier bovengenoemde Edele Waarheden ieder drie aspecten hebben. Bijvoorbeeld onder 4/ is er a/ het Pad dat begaan moet worden, b/ zou dat Pad gecultiveerd moeten worden, en c/ is het Pad gecultiveerd.
(3) dvādasākāram. De betekenis is onduidelijk. Over het algemeen wordt er van uitgegaan dat dit slaat op het Afhankelijk, Voorwaardelijk Ontstaan, maar het zou ook betrekking kunnen hebben op de Vier Edele Waarheden x drie aspecten.
(4) deva
(5) het kwaad
(6) naamhebbende goden uit de vedische geschiedenis
(7) thuislozen, wijzen, kluizenaars
(8) priesters
(9) Het zinsdeel "sadevake ... sadevamanussāya" komt verbatim voor in de Sūciloma suttam van de Sutta Nipáta.