Een voorstelling van Padmapāni in vrouwelijke gedaante op een van de overgebleven kloostermuren in het indiase Ratnagīri.
|
|
Een paar bronnen
Padmapani betekent "Hij die de lotus (padma) draagt".
De late Ksitigarbha Soetra, de Soetra over de Bodhisattva die vrijwillig afdaalde naar de onderwereldse regionen om daar de wezens te redden, benoemt een aantal Boeddhas. Padmapāni Boeddha is daar de derde. De tekst zegt: "Er was ook een Boeddha die Padmapāni heette, een van de vormen van Avalokiteshvara, die een lotus in de hand houdt. Welke man of vrouw dan ook, die in de gelegenheid is de naam van deze Boeddha te horen, zal voldoende morele verdiensten behalen om duizend maal wedergeboren te worden in de zes devaloka, (de hemelse bereiken), en zal ondergedompeld zijn in de vreugde van Boeddhaschap."
In de mándala van de spraak, opgenomen in de Vairocanabhisambodhi-tantra, staat in de binnenste mándala, in het noorden, Padmapāni met een gezelschap "bodhisattvas die meer dan een leven hebben".
Dit eveneens late geschrift werd gevonden in de Indo-tibetaanse collectie werken, en wordt ook gebruikt door de japanse Shingon (Ware Woord = mantra) traditie.
"Laat" betekent hier 9e - 12e eeuw.
|