Schriftsoorten en boeddhisme
Wild gras
Op 26 juni 2007 gingen een aantal Aziatische kunstvoorwerpen in Hong Kong onder de hamer.
Een van de stukken was een schilderij van Li Keran, gemaakt in 1985, voorstellende de monnik Huáisǔ (hwaj-soe - heb niet de hoop dat u het correct uitspreekt) uit de Tang-dynastie. De voorstelling van Huáisǔ bezig met op bananenblad een calligrafie neer te zetten ging voor 2,2 miljoen chinees naar een nieuwe eigenaar.
Huáisǔ leefde van 726 tot 785; zijn actieve jaren vielen tussen 714 en 742. Het was Huáisǔ die het schrift gestalte heeft gegeven dat kuáncǎo heet, "wild gras", of ook wel "cursief schrift". De japanse dichter Bashō gebruikte dit schrift voor zijn haiku. Huáisǔ schreef een verhandeling over "wild gras", het "Essay over duizend karakters". Dat "wild gras" niet geschikt was voor lange teksten wordt bewezen door Huáisǔ's autobiografie die in het klassieke schrift is neergepenseeld.
De fransman Ricardo Joppert is aan de Sorbonne afgestudeerd op dit schrift van Huáisǔ, dat van lieverlee speciaal werd aangewend voor het graveren op lakzegels, wat overigens ook gezegd kan worden van het hieronder vermelde Phagspa-schrift.
Phagspa en Kublai Khan

Voorbeeld van Phagspa-schrift
In het jaar 2004 werden twee belangrijke tentoonstellingen georganiseerd over de Yuan Dynastie in China (1271-1368), meldde China Daily op 12 september 2004.
De tentoonstelling die eindigde op 25 november 2004 heette, vertaald, "De Schatten uit de nalatenschap van een Grote Dynastie", en was te zien in het Arthur M. Sackler Museum in Beijing. De tentoonstelling werd geopend met een internationaal symposium waarvoor deelnemers vanuit heel de wereld bijeen kwamen, met name uit het Smithsonian Institute in Washington, en het National Palace Museum in Taipei, Taiwan.
"Historici zijn het er over eens dat het meest invloedrijke schrift uit die tijd ... het Phagspa-script was, ontworpen door een Tibetaanse lama genaamd Phagspa" (www.asianart.com/mongolia/phagspa.html) die de "Keizerlijke Onderwijzer van Kublai Khan" was.
Het Phagspa-schrift, zeggen historici, is een combinatie van Tibetaans en Sanskriet.
De algemene conclusie over de tentoonstelling was, zegt de curator, dat hier een machtig rijk getoond wordt dat grote tolerantie naar diverse culturen bezat.
Zie ook de bijdragen over antieke teksten op de China-pagina.
In Mongolië's hoofdstad Ulan Bator, werd een tentoonstelling georganiseerd onder de titel
“The traditional Mongolian script, ancient documents, and other archival material”. De tentoonstelling opende op 26 juni 2006. "Ze presenteert," zegt UB-Post, "op een systematische manier de evolutie van het schrift en van het documenteren doorheen de eeuwen." De tentoonstelling liet de verschillende schrijfgereiën zien, van dunne stokjes tot hertshoorns. En de "tekstdragers" werden getoond, "stukjes hout, perkament en papier."
Het eerste echte Mongoolse schrift dateert van 1225. Het betreft inscripties op de “Chinggis stone”, platte stenen die vernoemd zijn naar Djenghis Khan.
Het Mongoolse schrift heet
bichig, en er zijn verschillende letter- of schrijfstijlen te herkennen.
Een van de schriftsoorten is het “Dorvoljin useg”, het "vierkante letter-alfabet" dat werd uitgevonden door een Lama met de naam Pagva (Phagspa?), en dan is er ook nog het "Soyombo-alfabet" dat door de monnik Zanabazar werd ontwikkeld, maar niet vaak gebruikt werd.
Er is een boek over het schrift uitgegeven dat werd aangekondigd op www.orient.uw.edu.pl