DE VIER DHYANADe passages uit de oudste boeddhistische canonDe meditatieve techniek die basis is voor alle voorkomende meditatie-praktijken |
|
Aan het begin van de 21ste eeuw kunnen we zeggen dat de westerse boeddhistische wereld grote sprongen vooruit heeft gemaakt, zowel wat betreft een begrip van het traditionele Boeddhisme zoals dat in Azië beleefd wordt, als wat betreft een verfijnen, en binnen een juiste historische context plaatsen van de heilige teksten. Tegelijkertijd is er naar de boeddhistische meditatieve praktijk een toegenomen aandacht van de zijde van de psychiatrie, psychologie en hersenwetenschappen. Die aandacht is over het algemeen positief gericht. Toch lijkt het niet helemaal overbodig een paar psycho-fysieke gegevenheden te bespreken waarvan de genoemde wetenschappen soms aannemen dat ze vergelijkbaar zijn met, of identiek aan zekere geestesteldheden die waar te nemen vallen aan mediterenden. Tegelijkertijd zijn er mediterenden die een enkele keer die geestesgesteldheid die ze in de meditatie bereiken niet herkennen als de psycho-fysieke aandoening die het in feite is. Het lijkt dan van belang om een paar woorden te wijden aan katatonische schizofrenie, en aan de endorfinen. Schizofrenie, zo zegt de vakwereld, is een fysiek gebaseerde aandoening van de geest die zich in verschillende vormen tonen kan, en die niet geneesbaar is. Katatonische schizofrenie is dan die aandoening waarin de patiënt in een staat van bewegingloosheid valt, niets meer wil, en naar lichaam en geest voor een geruime tijd rigide is. De endorfinen zijn neurotransmitters die in de volksmond 'gelukshormonen' worden genoemd. Ze worden aangemaakt in een lichaam dat bijvoorbeeld aan duursporten doet. Ze zorgen er voor dat de sporter na enige tijd van sporten in een gelukzalige roes geraakt, waarbij niet meer gelet wordt op eventuele uitputtingsverschijnselen. Katatonische schizofrenie en langdurige meditatieHet is in het recente verleden voorgekomen, en het zal hier en daar nog wel voorkomen, dat mensen zich tot de meditatieve praktijk wenden en tegelijkertijd aan deze vorm van schizofrenie lijden. We moeten daarbij bedenken dat niet alle meditatie-leraren kennis hebben van psycho-fysieke aandoeningen.Katatonische schizofrenie kenmerkt zich door ofwel diepe depressiviteit, ofwel door een geestestoestand waarin emoties zijn uitgeschakeld. Een patiënt die uit een katatonische toestand komt, kan vervallen in dagenlang huilen. GelukservaringenHet brein werkt zoals het brein werkt. Of we hetgeen we in meditatie ervaren nu beschrijven met het woord zen, of met vipashyaná (of vipassaná), -- het zijn maar woorden. Wat er intussen in en met de meditator gebeurt is uiteindelijk hetzelfde, een proces dat vastgelegd is in de oudste beschrijving van dhyāna (in het Sanskriet) of jhāna (in het Pali).Wanneer een meditatie-leraar of -lerares twijfelt of hier katatonische schizofrenie in het geding is, doet deze er goed aan de onderstaande beschrijving van de dhyāna in zich op te nemen, en vooral te letten op de woorden vreugde, geluk, gelijkmoedigheid, en vooral op de woorden die zeggen hoe vreugde, geluk en gelijkmoedigheid inwerken op het lichaam. Endorfinen en langdurige meditatieAl vrij snel nadat een psychisch gezond persoon de meditatie heeft aangevangen, maakt zich over het algemeen een gevoel van geluk of welbehagen van hem of haar meester. Dat kan een drietal maanden duren. Daarna lijkt er vaak een terugval te zijn waarin de persoon niet tevreden is over zijn of haar "vooruitgang", en regelmatig overweegt er maar mee op te houden. De wilskrachtigen beleven hierna een "doorstart", de niet-wilskrachtigen haken af. Deze overweging vinden we doorheen de hele Canon, zoals bijvoorbeeld in deze regels: "Zoals verklaard door hen met grote kennis: | Wil ligt aan de basis van de Leer."(a)Er wordt een enkele keer in psychiatrische of psychologische kringen aangenomen dat een meditator die een geluksgevoel ervaart endorfinen heeft aangemaakt die voor deze stemming zorgen, en dat dit kan leiden tot een roekeloosheid naar de duur van de meditatie-sessies. Het is echter niet waarschijnlijk dat hier endorfinen in het spel zijn. Ook wanneer een meditator niet langer dan een kwartier per dag "zit", kan hem of haar het genoemde geluksgevoel overkomen. Van overdreven lichamelijke inspanning is in dergelijke gevallen geen sprake. Ook hier is het van belang de tekst van de vier dhyāna goed door te nemen, en daarbij te letten op het onbestendige van ieder van de beschreven geestestoestanden. Alles is veranderlijk, zegt een andere uitspraak van Boeddha, ook een geluksgevoel. Die standaard-tekst komt in heel wat vroege sutras voor, onderandere in de Ariya-pariyésana sutta, de Leerrede over De Nobele Zoektocht, die zowel in de Ágama- als in de Nikáya-collectie voorkomt, in het laatste geval in de Majjhíma Nikāya. Het zijn Sakyamuni Boeddha's eigen woorden over de tijd die lag tussen zijn een thuisloze worden en de dagen waarin hij zijn eerste vijf discipelen onderrichtte. |
|