Uit het archief van www.buddha-dharma.eu






Cakra-samvāra en Aksóbhya Boeddha

Op 16 juli 2005 voerden de monniken in Bhutan de overlijdensrituelen uit ter nagedachtenis aan de 69ste Je Khenpo, een van de vorige hoofden van de monniksgemeenschap. Onderdeel van die rituelen vormde de cakra samvāra, terwijl speciale nadruk werd gelegd op de leer rond Aksóbhya Boeddha.(*)

In oostelijke richting voerden monniken de cakra samvāra-ceremonie uit, in westelijke richting de guru pudja, in noordelijke richting een ceremonie met als centrale Boeddha Aksóbhya, en in zuidelijke een ritueel ter ere van Chenrezig, of Avalokiteshvara die in het exoterische Boeddhisme een Grote Bodhisattva is, maar in het esoterische een Boeddha.

Zo werd tijdens de rituelen een mándala gevormd. Letterlijk betekent mándala "kring", "cirkel", of "schijf". Binnen het Boeddhisme is de mándala een grafische voorstelling van het universum.

Cakra samvāra
In het Pali is een cakka onderandere "iets dat (voortdurend) voortdraait". In Pali en Sanskriet staat cakka, resp. cakra voor "wiel", en in de vedische betekenis meer bepaald voor het wiel aan de wagen waar God Zon op rijdt.
Het esoterische boeddhisme kent de cakras voornamelijk als van laag naar hoog gaande energiecentra in het lichaam.

Behalve dat samvāra in het esoterische Boeddhisme een Boeddha-gelijke godheid is, is de letterlijke betekenis van samvāra in het Sanskriet onderandere "terughouden", "stoppen", "iets sluiten", "iets terugduwen", het dichthouden van de keel opdat geen geluid meer naar buiten komt. Het Tibetaans boeddhisme geeft er onderandere ook de betekenis van "verplichting" of "gelofte" aan. Binnen de exoterische boeddhistische context wordt samvāra vertaald met terughouden of zelfbeheersing, of ook wel met sīla, moraliteit in boeddhistische zin. Binnen het jaïnisme, dat iets ouder is dan het Boeddhisme, staat het voor het buiten houden van de externe wereld, resp. voor het voorkomen dat nieuw karma, of karmische materie, de ziel binnendringt. Het jainisme spreekt ook over het 'afwerpen' van karma, en gebruikt daarbij het woord samvāra.

De in Bhutan uitgevoerde cakra samvāra-ceremonie, zo mogen we concluderen, was het finale stilleggen van de levensenergie van de overledene. Dat finale stilleggen houdt in dat de overleden Je Khenpo het rijk der Boeddhas is ingegaan.
Omdat op die dag de pūja voor Aksóbhya Boeddha werd gehouden - niet in het oosten, maar in het noorden, waarschijnlijk in navolging van in Nepal voorkomende opvattingen - mogen we concluderen dat hier gestreefd werd naar het ingaan in het zuivere land van Aksóbhya Boeddha.

De Cakrasamvāra-Tantras, zo mogen we de overleden Lama Anagárika Govinda citeren, dienen er toe "de geest van het Heldere Licht te ontvouwen en ontvouwd te houden." Het is met name de mahāmūdra-school binnen zowel het Nyingmapa- als het Kagyupa-Boeddhisme, beiden en vigeur in Bhutan, die streeft naar die geestestoestand van "Helder Licht".
Aksóbhya Boeddha
Aksóbhya Boeddha is een van de vijf dhyāni-Boeddhas (djaani), of Wijsheids-Boeddhas uit de Vajradhātu, het rijk, of de sfeer, of het element van de donderkeil waarmee onwetendheid te gronde wordt gericht. Het concept stamt waarschijnlijk uit Nepal.
De vijf dhyāni-Boeddhas zijn Vairocana (vajróódzjana), de centrale Boeddha, met om zich heen in de vier kardinale richtingen, Aksóbhya, Ratna-sambhava, Amitābha, en Amogha-siddhi. Deze Boeddhas zijn niet-aardegebonden Boeddhas.

Een nog weer andere lijst van vijf omvat Vairocana, Bhaisajya Guru Boeddha (de Helende Boeddha), Prabhuta-ratna, Aksóbhya, en ofwel Amogha-siddhi, ofwel Sakyamuni.

Binnen de iconografie lijken zowel Aksóbhya als Amogha-siddhi in hun mūdra vaak op Sakyamuni: ze tonen vaak, maar niet altijd, de "aarde-aanrakende" mūdra, het handgebaar waarmee de rechterhand naar de aarde wijst om deze aan te roepen als getuige voor het Volledig Verlicht zijn van Boeddha.
Er is echter ook een lijst van vijf andere dhyāni-Boeddhas, en in die lijst staat het woord dhyāni voor de meditatieve praktijk. De vijf Boeddhas hier zijn die van het verleden, heden en de toekomst: Krakuchanda, Kanakamuni, en Kāsyapa voor het verleden, Sakyamuni voor het heden, en Maitreya voor de toekomst.

Wanneer Aksóbhya Boeddha wordt getoond als de Boeddha die in oostelijke richting staat, dan toont hij de kleur blauw, en heeft als rijdier de olifant. Dan draagt hij ook de donderkeil, en is in die uitbeelding naar betekenis gelijk aan Manjushri Bodhisattva.
Niettemin vinden we ook afbeeldingen van Aksóbhya Boeddha waarop hij een pauw als rijdier heeft, en dan is het interessant op te merken dat het oog op een pauweveer cakra wordt genoemd, hetgeen een verbintenis legt naar de hier uitgevoerde cakra samvāra-ceremonie.

De uitvaartriten worden ook omschreven met phowa(*), volgens Tim Fischer en Tshering Tashi "een eenvoudige ceremonie die bedoeld is om het bewustzijn na de dood over te brengen" (naar een ander bestaansniveau, tenzij nirvāna is bereikt). De ceremonie werd voor het eerst in de zeventiende eeuw beschreven door de Jezuiet Stephen Cacella, en wel op 4 oktober 1627. De episode wordt beschreven in "Beckoning Bold Bhutan" dat midden 2007 is verschenen.

(*) Phowa wordt, evenals het begrip het regenbooglichaam zowel door het Himalaya-boeddhisme gebruikt, als door de Tibetaanse Bön-religie. Welke van de twee stromingen het eerst met deze twee concepten kwam is waarschijnlijk niet te achterhalen.







Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.eu
www.buddha-dharma.eu is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme