Uit het archief van www.buddha-dharma.eu






KALACHAKRA

BETEKENIS EN GESCHIEDENIS

De aanleiding

De eerste twee weken van 2006 werd in de Indiase plaats Amarāvati voor de dertigste keer een Kalachakra-initiatie gegeven door de Dalai Lama. Deze initiatie wordt wel de meest uitgebreide en belangrijkste gevonden binnen de Tibetaanse stroming van het Boeddhisme. Ze vindt precies plaats op de plek waar, naar de legende zegt, Shakyamuni Boeddha in zijn tachtigste jaar deze tantra overdroeg voor latere tijden. De plek wordt geassocieerd met de Shri Dhanya-kataka, een Boeddhistisch canoniek werk, en sommigen gaan ervan uit dat Nāgarjuna hier werd geboren.

Wat is kalachakra

Kalachackra is een samenstel van twee Sanskriet-woorden:kala, tijd, en chakra, wiel of cirkelgang.
De Kalachakra-tantra behoort tot de groep ongedeelde "onovertreffelijke yoga-tantras" (annuttarayogattantra). Ongedeeld betekent hier dat er binnen deze groep tantras geen onderscheid wordt gemaakt naar 'binnen' of 'buiten', naar 'geest' of 'materie', enzovoorts. Deze tantra behandelt concepten als tijd en cyclussen van tijd en bestaan. Ze gaat ook over de energiebanen in ons lichaam met als knooppunten de zogenaamde chakras; de banen worden elders in verband gebracht met het woord chi.
Een initiatie in deze tantra krijgen betekent dat de deelnemer met al deze cyclussen wordt bekend gemaakt opdat die kennis tot heil van hem/haar en de wereld aangewend kan worden. Daarom wordt er ook wel gesproken in termen van "kalachakra voor wereldvrede".
Een steekwoord binnen de kalachakratantra is het "zoals het uitwendig is, zo is het inwendig". Dit gezegde stamt direct uit de Pali-canon van het Boeddhisme, meer bepaald uit de Soetra over het aandachtig bewust zijn, de Maha Satipatthana sutta (DN.22) waarin Boeddha zegt dat in dit zes voet lange lichaam de hele wereld gevonden wordt.

Wanneer we ons veroorloven de legende een legende te laten, dan werd de kalachakratantra in 1027 voor het eerst vanuit India naar Tibet gebracht, en wel door Pandit Shribhadra Bodhi en de vertaler Jijo Dawai Lözer. In deze tantra wordt gesproken over slechte candŠla-koningen (spreek: tsjandaala). Deze naam is een verbastering van Chandella of Chandelā, een Rajput-clan die tussen de 9e en 11 eeuw over midden-India heerste. Zie de Bengalenpagina.
Na bovengenoemde vertalers kwamen er meer, en inmiddels is een aantal van vierentwintig oudere vertalingen bekend.

Boeddhisme arriveerde in de laat zevende, begin achtste eeuw in Tibet, en uiteraard leidde dit tot een eerste 'golf' van vertalingen.
Tegen het eind van de tiende eeuw kende Tibet een tweede golf van vertalingen van heilige geschriften, in gang gezet door de vertaler Rinchen Zangpo (957-1055). Vanaf dat moment wordt er gesproken van acht 'Voertuigen' die de Boeddha-Dharma verder brengen. Die acht zijn - volgen we de uiteenzetting van de huidige Gelug-traditie - de tradities van de Kadam (waaruit de Gelug zou ontstaan), de Sakya, de Kagyu, de Shangpa Kagyu, de Chöd en de Shye, de Kalachakra, en de Ugyen Nyendrub.

In later tijd werden de gevonden vertalingen verdeeld in twee hoofdstromingen, die van de Jonangpa-school, gesticht door Sherab Gyaltsen (1292 - 1361) die naar de mening van hedendaagse deskundigen de "essentiële praktijk" gaf, en de stroming die begon met Buton Rinchendrup (Bu-ston Rin chen grub 1290-1364) die zich richt op de "heldere uiteenzetting."
Ringu Tulku Rinpoche zegt dat beide stromingen nu zijn samengekomen in de Veertiende Dalai Lama. Maar wanneer we kijken naar de weerslag van een gesprek dat de Dalai Lama had met Alexander Berzin (de Berzin Archives), moeten we toch vaststellen dat de Buton-aanpak nog het meest zijn voorkeur heeft.

Wat vanuit scholastisch oogpunt van belang is, is dat hier gesproken wordt over twaalf bhumis, 12 stadia die de beoefenaar moet doorlopen. Dit aantal van twaalf heeft niets te maken met de gebruikelijke Tien Stadia die de bodhisattva moet doorlopen tot aan Boeddhaschap, maar alles met de zes chakras die, eenmaal gedeeld, het cijfer 12 opleveren.
Wat de kalachakratantra lijkt te onderscheiden van andere tantras, is dat hier een vierde initiatie wordt gegeven.


Shamabalā

Een belangrijk deel van de Kalachakratantra wordt ingenomen door beschrijvingen van een mytisch rijk genaamd Shambalā.
In zijn gesprek met Alexander Berzin geeft de Dalai Lama toe dat dit verhaal hem vanaf zijn jeugdjaren heeft geïntrigeerd en geïnspireerd. Vanuit dit rijk van Shamabalā rijdt, over een 5000 jaren van nu zeggen sommige bronnen, de koning dan uit om de juiste Boeddha-Dharma opnieuw te vestigen. Opmerkelijk is dat hier een hervestiging van het Boeddhisme door een 'wereldheerser', een chakravartin, wordt gepredikt. De tekst is gebaseerd op een vroege leerrede uit de Grote Collectie van het Kleine Voertuig.(*)
In de meeste geschiedschrijvingen van de Rajputs, de vamsāvalï, is het koning Maru die deze klus zal klaren aan het eind van de kali-yuga, de duistere tijd. Rajput staat voor die personen uit de ksatriya-kaste, de krijgerkaste, die van koninklijke origine zijn. In die optiek was Boeddha, zoon van een vorst uit de Sakya-clan een (potentiŽle) Rajput. En in de vroege Pali-Leerrede over Het Grote voortgaan zegt Boeddha dat hij stamt uit de clan van Iksvaku, volgens genoemde vamsāvalï eveneens een Rajput.

(*) De vroege Cakka-vŠtti Sutta staat in de Grote Collectie van de Pali-canon: Digha Nikāya 26. Ze heeft een tegenhanger in de chinese (= noordelijke) Āgama waar de Mahāyana-tradities uit putten.
In de vroege Sutta Nipāta van het theravāda-boeddhisme vinden we eveneens melding van de wereldheerser. In de Vatthugāthā (PTSF.183: 1002) wordt gesproken over de persoon die met de 32 fysieke tekenen van een Groot Mens (mahāpurusha) wordt geboren. Er worden dan de twee keuzen voorgesteld die zo'n persoon kan maken: ofwel een maharaja worden, ofwel een boeddha. Er staat: Hij kan voor het leven van een burger kiezen, het leven thuis. Dan zal hij de wereld veroveren, niet door macht en kracht, maar door waardigheid (virtue in het Engels, virtu in het Oud-Frans):

(Sace agāram ajjhāvasati, vijjeyya paṭhavim imam adandena asatthena dhammena-m-anusāsati.)


Taranatha

Taranatha In ieder geval was het een zekere Taranatha die de kalachakratantra groot gewicht gaf. Hij was een van de bekendste meesters uit de Jonang-traditie. Daarom werd hij ook wel Jonang-Taranatha genoemd.
Taranatha werd in 1575 geboren als Kun-dga'-snin-po, of in het Sanskriet Anandagarbha, bron van vreugde. Of hij een Indiër was, of een Tibetaan, is niet duidelijk. Hij schreef een Geschiedenis van het Boeddhisme in India, in het Tibetaans, en in de tweede bundel van die geschiedenis wordt het kalachakra-systeem in 22 bladen uiteengezet.

De Dalai Lama legt er in het Berzin-gesprek grote nadruk op dat de kalachakratantra verbonden is met de Sarma-traditie, d.w.z. de Nieuwe Vertalingen School waar de Kagyu, de Sakyapa, en de Gelug-tradities van het Tibetaanse Boeddhisme zich naar richten. De Gelug is de traditie waar de Dalai Lama rechtstreeks mee verbonden is. Hiermee wordt waarschijnlijk aangeduid dat de overige twee scholen, de oudere Nyingma en de jongere Jonang, zich, althans gedeeltelijk, op oudere tekstlagen baseren. Dat verklaart wellicht het feit dat de Dalai Lama in het genoemde gesprek niet minder dan drie keer meldt dat de kalachakratantra niet tot de Nyingma-school behoort, terwijl die school zich toch onderscheidt als een tantra-school. In dat zelfde gesprek laat hij voorts weten dat hij zich in de praktijk van de kalachakratantra een opvolger weet van de tweede en de zevende Dalai Lamas, nog het meest van de zevende (1708-1757). Duidelijk is niet of de Taranatha-versie van deze tantra tot de Sarma-lijn gerekend moet worden.


De Jonang-traditie

december 2005

Aan het begin van de veertiende eeuw verliet Sherab Gyeltsen (of Gyaltsen) de Orde van de Sakyapa en vestigde de Jonang-Orde in de plaats Jonang, ongeveer 160 km ten noordwesten van het Tashilhumpo-klooster in het Tibetaanse Shigatse.
Wat Sherab Gyeltsen onderwees werd, in die tijd, vooral door de Gelugpa-traditie als ketterij gezien: een opvatting van het Enkel Bewustzijn-systeem waarbij het doel een onderdrukken van de totale gedachtenstroom was. Zo werd het geïnterpreteerd, zeggen hedendaagse bronnen, maar die interpretatie stamt uit de pen van toenmalige tegenstanders. De huidige 14e Dalai Lama ziet de shentong opvatting als een legitieme, maar vermeldt in zijn gesprek met Berzin noch de Jonangpa, noch Taranatha als degene die de kalachakratantra groot gemaakt heeft; Taranatha's opvatting over de kalachakratantra werd vanaf de 17e eeuw ingelijfd bij de Gelug-traditie, de rest van de Jonang-traditie verdween uit het zicht.
In deze tijd heeft de 20ste eeuw overleden Kalu Rinpoche, vertegenwoordiger van de Kagyu-traditie maar tevens een Jonang 'lineage holder', een aantal keren de kalachakra-initiatie gegeven.

Men is er lange tijd van uit gegaan dat de Jonang-traditie geheel verdwenen was. In de 20ste eeuw hebben Tibetologen echter bloeiende Jonang-gemeenschappen gevonden in een hoofdklooster in de provincie Sichuan, China, plus nog een veertigtal kloosters met naar schatting 5000 monniken in het district Qinghai en in Tibet zelf. Binnen China zal de Jonang-trend bescherming hebben gehad van krachten binnen de Qing-dynastie.
Inmiddels heeft de veertiende Dalai Lama een aantal gebouwen in de Indiase staat Himachal Pradesh geschonken aan de Jonang-gemeenschap, en heeft ook de Karmapa van de Karma Kagyu-lijn hen een bezoek gebracht.

September 2011, Formele erkenning
Tijdens een topconferentie van vooraanstaanden in de Tibetaans-boeddhsitische traditie die rond 27 september 2011 in de Noordindiase plaats Dharamsala werd gehouden, werd besloten dat de Jonang-traditie voortaan als zelfstandige stroming te boek zal staan. Tijdens deze conferentie liet een vertegenwoordiger van een grote Jonang-tempel in Shimla in de Indiase deelstaat Himachal Pradesh weten dat er op dat moment meer dan 60 vestigingen zijn met meer dan 10.000 monniken in Tibet's oostelijke regio als Ngaba, Zamthang, en Golok.



Bronnen: 11, waaronder de Berzin Archives, Ringu Tulku Rinpoche en E-Sangha.
Deze E-Sangha heeft een pagina over de Shentong-leer van de Jonangpa. Het is waarschijnlijk een vertaling van ofwel een oud Tibetaans, ofwel een oud Chinees commentaar. Wat hierin wordt gezegd is dat "de ultieme waarheid de 'dharmadhatu' is, en het in en uit zichzelf schijnende gewaarzijn (vijñapti), dat wil zeggen, de ongedeelde verheven wijsheid. Dit wordt de
niet-samengestelde 'dharmata' genoemd."
Het stuk gaat verder met te zeggen dat deze zo beschouwde niet-samengestelde dharmata volgens de Rangtong-school te vergelijken is met de (lege) lucht of ruimte, dat het insubstantieel is, en dat het daarom niet de ultieme waarheid is.
Rangtong wordt in dit commentaar vertaald met "Algemene Madhyamaka", en shentong met "Grote Madhyamaka". Shentong wordt ook wel gelijkgesteld aan "Tathagatagarbha", de Schoot-waaruit-de-Boeddhas-Voortkomen.
Madhyamaka is een ander woord voor de Leer van het Midden.
De zevende Karmapa van de Kagyu-traditie hield de Jonang shentong-opvatting aan, en ook enkele Sakya en Nyingma-gemeenschappen.
Of het deze shentong-opvatting is geweest die de Gelug er toe heeft gebracht de Jonang in de ban te doen, is niet bekend en niet zeker. Vandaag zou dat zeker niet meer het geval zijn omdat het merendeel van de leer van de Gelug, en van de overige Tibetaanse stromingen, doordrongen zijn van Tathagatagarbha-elementen. Daarmee onderscheidt het zich vandaag van de meer op Zen gerichte stromingen van het Boeddhisme die het zonder iets niet-samengestelds kunnen doen.
Zie voor Tathagatagarbha Boek 4 van de Lankavatara Soetra, de toelichting bij tekst 58.

(*) H. Goetz, The early wooden temples of Chamba, p.19, Leiden 1955.





Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.eu
www.buddha-dharma.eu is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme