Uit het archief van www.buddha-dharma.eu






De Lokapāla

april 2014
Fred en Jane Brooks hebben hun collectie aardewerk uit de Chinese Tang-periode (618 – 907 A.D.) geschonken aan het Bruce Museum. Dat meldde onderandere de Stamford Patch van 11 maart 2014.

Onder die stukken bevinden zich een paar lokapālas, beschermers van de plaats. De ene heeft die specifieke oranje-achtige en groene glazuren die we beter kennen van de "Tang-paarden" en "Tang-kamelen", de ander is in de loop van de eeuwen zijn kleuren kwijt geraakt, of werd nooit afgewerkt (onderste foto).
Met de gift, zo zegt "The Bruce" is het museum een belangrijke bewaarplaats geworden voor chinese antiquiteiten.

Lokapālas staan per traditie in de ingangspoort van wat grotere traditionele chinese tempels. Ze bewaken de vier kardinale windrichtingen, en hebben dan meestal ook iets in de hand dat gerelateerd is aan het zuiden (een snaarinstrument), het noorden, westen, of oosten.
Ze behoren, in tegenstelling tot de idee die de museumdirectie lijkt te hebben, niet specifiek tot het vajrayana, het "diamanten voertuig" dat tot op zekere hoogte esoterisch van praktijk is. In welke tijd de lokapāla werden geďntroduceerd is niet bekend. De meeste van deze beelden stammen uit de Tang, maar dat was dan ook een dynastie die ongebruikelijk lang aan de macht is geweest. Een afbeelding bij de China Buddhism Encyclopedia toont een esoterische vorm die de traditionalist niet zo snel onder die categorie zou scharen, en die net zo goed tot het Javaanse of Sumatraanse hinduďsme gerekend zou kunnen worden. De Mahāvastu, een kroniek uit het zuidelijke boeddhisme, geeft niet het woord Lokapāla, maar Lokapati.

Het klassieke Sanskriet kent het woord Lokapāla, en daar moet het inderdaad begrepen worden als Beschermer van de Wereld. Ook hier is sprake van een groep van vier, aangevuld met nog vier uit de tussenliggende windrichtingen: Indra (oost), Agni (= vuur) (zuidoost), Yama (zuid), Surya (= zon) (zuid-west), Varuna (west), Pavana of Vayu (= wind) (noord-west), Kubera (noord), Soma of Candra (= maan) (noord-oost).
Opvallend is dat het mahāyana-boeddhisme het karakter van de angstaanjagende Kubera nog het liefst heeft overgenomen. Met een donderkeil in de hand lijkt hij naar inhoud erg op de Vajrapāni-figuur zoals deze is afgebeeld in de buurt van het Pakistaanse Táxila.

Uit de leer van de veda heeft het vroege boeddhisme het woord lokanātha overgenomen, een epithetum voor Boeddha: Heer van de wereld.
De vroege PTS-vertalers van de Pali-canon, voor het merendeel in Groot-Britannië gevestigd en afkomstig uit een andere levensovertuiging, hebben het vertaald met "Redder van de Wereld", maar dat gaat een flink eind voorbij de etymologische betekenis. Ze zijn tot deze vertaling gekomen aan de hand van het gezegde: attāno loko anabhissaro -- zonder beschermer in deze wereld (loko).

Nadat deze pagina op de laatste dag van maart 2014 was opgeladen, haalde een geautomatiseerde zoekmachine een artikel uit de Joongang Daily naar boven dat op de 24ste van die maand was gepubliceerd. Dat artikel werd geďllustreerd met de achthoekige noordelijke stoepa op het terrein van de Koreaanse Yeongok-tempel (spreek: jong-gok; 2de g = zacht). De tempel werd gebouwd tijdens de Goryeo-periode, ergens tussen 918 en 1392. Het tempelgebouw en de vier stoepas, ieder op een kardinale windrichting, staan op de Nationale Erfgoederenlijst. Deze noordelijke zou gebouwd zijn in de eerste helft van genoemde periode. Op vier van de acht kanten staan afbeeldingen van de vier tsjatóer maha-rádjika déva (caturmaharajikadeva), de vier grote windrichtingenbeschermers. De andere vier vlakken zijn opgevuld met rijk gedecoreerde wierookvaten. Op San-shin net vinden we een detailafbeelding. De veronderstelling dat deze stoepa en/of de andere de as van overleden monniken zou bevatten wordt niet herhaald door andere bronnen.



Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.eu
www.buddha-dharma.eu is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme