Uit het archief van www.buddha-dharma.eu






De poort naar AziŽ

eerste boeddhist in Estland


november 2016

In 1909 werd begonnen met de bouw van de eerste "tibetaans" boeddhistische tempel in St. Petersburg. Het was het resultaat van zowel de belangstelling van de vroegste oosteuropese onderzoekers naar de taal en religie van Tibet, als van een geo-politieke belangstelling voor Tibet als mogelijk "Protectoraat". De laatste belangstelling verdampte al snel, de eerste bleef en waaierde uit naar de rest van West-Europa.

Estonian World (http://estonianworld.com/life/buddhism-in-estonia-a-brief-history/) plaatste op 10 november 2016 een artikel online van de hand van Kadri Metsma. In het artikel is sprake van Karl Tűnisson (1882-1962) die bekend stond als "blotevoeten Tűnisson", of Broeder Vahindra, de eerste boeddhist van Estland. Michael Jerryson, in een 2016-publicatie, serveert de man af met "... eccentric Estonian/Latvian Buddhist and neopagan Karlis Tennison (Brother Vahindra), linked to Dorzhiev ... . Michael is nog jong, zullen we maar denken.

Dorzhiev moet het zijn geweest die Tűnisson opnam in de schoot van het Himalaya-boeddhisme. Hij gaf zijn pupil de naam Vahindra (of Vagindra), naar het door de eerstgenoemde ontwikkelde Vagindra script.

Vahindra lijkt verder een enigma, maar aan de hand van fotos waarop hij zich als boeddhistisch monnik liet fotograferen, en aan de hand van Tiit Pruuli's artikel in de China Buddhism Encyclopedia kunnen we nagaan hoe zijn tocht door de gangen van het boeddhisme is verlopen.

Vahindra kreeg in 1893 wijding in BoerjatiŽ door de bovengenoemde Dorzhiev, ook genaamd Sokpo Tsenshab Ngawang Lobsang. Dat is een versie. Tiit Pruuli noemt de naam "Gedinina" als Vahindra's guru. Dat is de andere versie. Fotos zijn uit die tijd niet bekend. Het verblijf in BoerjatiŽ heeft niet lang geduurd.

Zowel op de foto die Estonian World toont als die op de pagina van CBE, zien we Vahindra (in gezelschap van ondergenoemde Lustig) in de chinese ceremoniŽle mantel met wijde mouwen, de mālā met 108 kralen, en de baard waaraan de ch'an (zen) monnik herkend wordt die wars is van het rituele en het tempelleven, iemand die solitair door het leven gaat.
Overwegingen m.b.t. wijdingen
We moeten er van uitgaan dat Vahindra in China niet opnieuw gewijd is in de Gele Tempel in Beijing. Die tempel behoorde immers tot dezelfde gelugpa richting als die waarin Vahindra in BoerjatiŽ was gewijd. Waarom hij zich dan niet in de 'tibetaanse' monialendracht heeft gehuld is enigszins een mysterie. Wellicht droegen ook de monialen in de Gele Tempel die niet, en kleedden ze zich in het ambtenarentenu dat hen tijdens de befaamde T'ang-dynastie was toegewezen en dat vandaag nog bijna onveranderd is gebleven. In Beijing, zo moeten we concluderen, heeft Vahindra zich een ceremoniŽle mantel op maat laten maken door een van de vele kleermakers die zich in die tijd specialiseerden in de dracht van monialen en geleerden. Dat kledingstuk kan iedereen dragen die een beroep heeft waar geen modder en vuil aan te pas komt, van overheidsdienaren tot filosofen, althans tot het eind van de Qing-periode. Die kleding moet hij later ook besteld hebben voor zijn medestander Lustig, alles met de gedachte dat twee meer indruk maken dan een: dan zijn we een sangha, een groep. Zijn broeders in de Gele Tempel zullen hem echter het dragen van het enig echte monniken-kledingstuk, de chiasa (Skr.: kasŠya), de overpij, hebben verboden; hij behoorde niet tot de gemeenschap die in die tempel gewijd was, men zal zich onzeker hebben gevoeld over de vraag hoe en tot welke status de Boerjaatse wijding had gereikt, en men heeft er blijkbaar van afgezien de hele wijding over te doen, hetgeen overigens elders binnen de chinese tradities in gevallen van twijfel de standaard-procedure is. We moeten er van uitgaan dat Vahindra zich mede als gevolg van dit niet helemaal erbij horen zich buitengesloten heeft gevoeld, en dat dit de reden is geweest dat hij niet in Beijing is gebleven.

En dan zijn er de fotos waarop hij samen met genoemde Voldemar Friedrich Lustig, zijn co-zoeker op de Weg, in de theravāda-dracht staat afgebeeld. Lustig was in Burma (Myanmar) bekend komen te staan als ashin Ānanda. Dat wil zeggen dat Voldemar Friedrich Lustig daar de (lagere) wijding had ontvangen, en een monnik met lagere wijding mag iemand anders diezelfde lagere wijding geven in een eenvoudige een-op-een ceremonie. We moeten aannemen dat hij Vahindra aanvankelijk heeft meegenomen op het pad van het theravāda. Echter, wanneer beiden in de dertiger jaren het merendeel van hun tijd doorbrengen in bibliotheken in Thailand zijn ze weer terug in de chinese ceremoniŽle mantel. Het is heel wel mogelijk dat beide mannen op hun tochten door Thailand door het publiek zijn ondervraagd over de vraag wie hen had gewijd, tot welke tempel ze behoorden, of ze het Thais machtig waren, waarom ze hoofdhaar en baard niet hadden afgeschoren zoals toch het voorschrift luidt. Kortom, om arrestatie en deportatie te voorkomen — dat is de aanname — zijn ze terug gegaan naar een dracht die de Thai niet herkende als die van een monnik.

De foto van Tűnisson en Lustig in Thailand is een buitenopname, gemaakt door een straatfotograaf die een beschilderd doek als achtergrond gebruikte, maar die niet kon verhinderen dat de wind de baarden van beide mannen in beweging bracht.
Op de pagina van China Buddhism Encyclopedia staat het verslag van Tiit Pruuli met de vele manifestaties van Tűnisson (hier en daar Tennison) en vriend Lustig. De in 1962 overleden Vahindra zou die ceremoniŽle mantel blijven dragen. In 1957 wordt hij in die dracht gefotografeerd tijdens een verblijf in Nepal, hoewel hij tegen die tijd, naar het zich laat aanzien, als volwaardig monnik (lama) aanvaard was door de tibetaanse monialen-leiding.

Hier was een generatie die dolgraag wilde, maar voor wie de infrastructuur nog niet op orde was. AziŽ was nog niet echt klaar om hen te ontvangen en Europa had weinig anders voor hen over dan hoon. Er is elders opgemerkt dat de zoekers uit die tijd zich daartegen wapenden met pretenties die ze meestal niet konden waarmaken. Vahindra en een paar anderen zijn echter lang genoeg en oprecht in de touwen blijven hangen om in ieder geval voor zichzelf zekere resultaten te behalen. Ze kregen de waardering in een aziatisch gastland die hen in de onderscheiden vaderlanden grotendeels onthouden bleef.



begin van het boeddhisme in Europa | Naar de archiefpagina | Naar de Soetraspagina

Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.eu
www.buddha-dharma.eu is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme